AA Tekstgrootte
Visie op Flevoland

Trendbureau Overijssel: kijken naar de toekomst

1 december 2015

Woensdag 25 november sprak het Atelier Flevoperspectieven met Hans Peter Benschop en zijn collega Ellen Bakker van het Trendbureau Overijssel over hun aanpak in de zoektocht naar de provinciale trends en de betekenissen daarvan. Het Trendbureau is circa 7 jaar geleden ontstaan op verzoek  van de Provinciale Staten in Overijssel. Zij wilden en willen inzicht in de lange termijn ontwikkelingen die op de provincie afkomen om op die manier een volwaardig gesprekspartner van het dagelijks bestuur te kunnen zijn. Het trendbureau wordt gefinancierd door de provincie. De onderwerpen worden bepaald door een onafhankelijke programmaraad. Hans leidt de netwerkorganisatie. Voor ieder onderzoekstraject wordt een nieuwe werkgroep ingericht met ruimte voor deskundigen van binnen en buiten de provincie en organisaties die uiteindelijk iets met de verkenning willen gaan doen. Benschop is blij met de netwerkopzet van het TB. Op deze manier moet hij altijd de deur uit om gevoel te krijgen van de behoeften binnen de provincie en ook om lokale ervaringskennis op te doen om de nationale trends toe te spitsen op de provincie Overijssel.

Mensen aftasten
Enerzijds zijn er cijfers bekend over trends die gebaseerd zijn op het verleden en anderzijds zijn er lokale ervaringen, kenmerken, ambities en pijnen die de lokale toekomstige ontwikkelingen beïnvloeden. Om het provinciale inzicht te creëren is het gesprek over de toekomst een effectieve methode. ‘Zie het als een arena waar mensen de toekomst aftasten en de onzekerheden en de marges verkennen’, aldus Benschop. Op die manier krijgen mensen ook snel in de vingers waar de verschillen van inzicht van experts zitten en daarmee worden ook de marges duidelijk waar de besluiten over genomen kunnen worden. Ga niet uit van zekerheden, want later blijken die wellicht onzekerheden te zijn geweest, denk aan de energieprijzen. De meerwaarde zit niet alleen in de kennis van waarschijnlijke trends, maar ook in inzicht in de onzekerheden in de zin van een gebrek aan een theoretisch bouwwerk. Welke kant kan deze onzekerheid opgaan en hoe wil/kan de regio hierop inspelen? Zowel wetenschappelijke kennis als ervaringskennis is belangrijk. Op deze manier ontdek je de bloedvaten van de regio.

Werkvormen scenario’s versus modellen
Scenario’s zijn interessant om te maken, maar niet altijd het beste middel om in te zetten. Ze kosten veel tijd en inlevingsvermogen van mensen. Hans raadt het werken met scenario’s aan wanneer er onvoldoende ruimte is om alle mogelijke toekomsten in de discussie te brengen. Wanneer mensen bijvoorbeeld per se in positieve scenario’s willen geloven. Bij scenario’s geldt hoe dan ook dat de verre toekomstbeelden een link moeten leggen naar het heden. Dat gegeven hangt samen met handelingsperspectief. Wat doe je morgen? Want na het voorstellen van de eerstvolgende stap  worden ideeën pas realistische mogelijkheden.

Om die redenen experimenteert hij nu met de modellen ‘doortrekken van het verleden’, ‘trendbreuk’ en ‘exponentiële omslag’. Hij neemt dit denkraam als startpunt om vanuit hier na te denken bij twee vragen: Kan ik een tipping point (omslagpunt naar een nieuw systeem) voorspellen? Kan ik er (beleidsmatig) iets aan/mee doen? Uit ervaring weet hij dat het model ‘doorzetten’ erg makkelijk, saai en onwaarschijnlijk is, op het model ‘trendbreuk’ kunnen mensen enthousiast en vlot reageren en bij model ‘exponentiële omslag’ moeten mensen hard nadenken met als gevolg tot nieuwe beelden en inzichten te komen.

Verschillende bijeenkomsten
Hans adviseert met kleine groepen (maximaal 8 mensen) in gesprek te gaan, om zoveel mogelijk essentie uit het gesprek te halen. Om het gesprek op gang te brengen worden de gesprekken gefundeerd op een driehoek bestaande uit methode, kennis en voorbeelden.  Dan creëer je een setting met veel denk- en gespreksruimte. Gaandeweg komen dan vaak de anekdotes naar boven  die veel inzicht geven in het denken van de mensen. Ook hanteert hij een samenstelling in zijn gesprekken met ‘relevante mensen, die iets met het onderwerp moeten’,  wetenschappers en ‘creatieve geesten’. Waarbij men niet te licht moet denken over het uitnodigen van de laatste partij. Wie nodig je uit? En hoe creëer je een setting waarbij tijd en aandacht genoeg is voor vernieuwend denken? Dat vergt aandacht voor de methode trial and error. Naargelang er gesprekken zijn, wordt de rode draad steeds herkenbaarder en dat is je meest bruikbare oogst. Het levert je een beeld op van de onzekerheden, de keuzemomenten en waar men zijn wilskracht op inzet in de provincie. Het organiseren van congressen zijn bruikbaar in te zetten voor de communicatie en om het bestuurlijke belang te benadrukken. Daarbij legt Benschop de nadruk op een balans tussen talking heads en genoeg ruimte voor discussie in kleine groepen. Voor nu genoeg inspiratie en ervaringen om de zoektocht naar het Flevolands inzicht van trends te doorgronden.

Reageren zonder in te loggen? Schrijf je reactie, vul je naam en e-mailadres in en vink ‘Ik reageer liever als gast’ aan.

bekeken1038x

Auteur

Melanie Koning Dennis Menting
Visie op Flevoland
Visie op Flevoland