AA Tekstgrootte
Visie op Flevoland

Voor niks gaat de zon op

1 februari 2017

Op 30 januari, de derde dag van de atelierweek Energie, kwam een groep van ongeveer 50 mensen bij elkaar om te discussiëren over de mogelijkheden van zonne-energie op het platteland. Vanwege een enorme belangstelling voor dit onderwerp verhuisde deze sessie naar het Aviodrome. Op dit moment zijn zonneweides niet toegestaan in het huidige beleid. Daarom onderzoek we of het nodig is om het wel toe te staan en aan welke voorwaarden dat dan zou moeten voldoen.

Dat zon nodig is om aan de toekomstige energievraag te voldoen, dat is duidelijk. Maar hoeveel panelen hebben we eigenlijk nodig? Volgens berekeningen hebben we 25 keer zoveel panelen nodig als dat er nu liggen. Die panelen zouden op onze daken, langs onze (vaar-)wegen of op ongeschikte landbouwgrond geplaatst kunnen worden. En misschien wel op het water. Maar de echte discussie gaat over de vraag of er zonne-akkers aangelegd kunnen worden op landbouwgrond dat nog geschikt is voor landbouw. Vanuit welke invalshoeken is een dergelijke ontwikkeling wel of niet wenselijk?

Gebruik het bestaande

Jack Burema van netbeheerder Liander pleitte vurig voor het gebruik van bestaande netwerkaansluitingen. Zo worden er voor het Regioplan Windenergie oude windmolens gesaneerd, terwijl de aansluiting blijft liggen. Met een beetje slim inpassen kan hiermee veel geld worden bespaard. Netwerken hoeven niet vroegtijdig opgerold te worden en er hoeven geen dure nieuwe aansluiting aangelegd te worden. Het combineren van zon en wind maakt het netwerkt stabieler volgens Burema. Het komt namelijk zelden voor dat én de zon uitbundig schijnt én de wind hard waait. Vanuit de zaal was er gelijk al interesse in een overzicht van de bestaande aansluitingen.  

En bij anderen?

De Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) heeft een vergelijkend warenonderzoek gehouden onder gemeenten en provincies en gekeken naar de verschillen in beleid die er zijn op het gebied van duurzame energie. En het blijkt dat er grote verschillen zijn. De ene gemeente vindt het belangrijk dat het goed in het landschap past, de ander vindt het veel belangrijker dat er maatschappelijk draagvlak is voor de zonneweides en een derde weet helemaal niet wat ze met zon wil, dus doet daarom maar niks. Dit uit zich weer in verschillende eisen (regels voor het landschap, wel of geen leges, etc.). Karin Keijzer van RVO wilde in ieder geval drie tips meegeven:

  • Laat zien hoe het eruit komt te zien
  • Wees bewust van de opgave met een integraal beleid (ruimte vs. energie)
  • Onderschat weerstand niet

De beleving

Een zonne-akker staat in het landschap en dat doet iets met hoe we dat landschap beleven. Volgens landschapsarchitect Dirk Oudes zijn drie factoren van invloed op die beleving:

  • Het veld zelf (hoge of juist lage panelen)
  • De rand (bijvoorbeeld met water, een dijkje, begroeiing of een hek)
  • De plaatsing in het landschap

Voor de plaatsing van zonnepanelen zijn wel een paar concepten te bedenken. Als letterlijke akker, midden tussen de landbouwgrond, aan de rand van een stad of dorp, langs wegen, vaarwegen en op bedrijventerreinen. Deze vier concepten bespraken de verschillende partijen uitgebreid in een werksessie. Het laatste woord is hier nog niet over gesproken.

Presentaties

Reageren zonder in te loggen? Schrijf je reactie, vul je naam en e-mailadres in en vink ‘Ik reageer liever als gast’ aan.