AA Tekstgrootte
Visie op Flevoland

Verslag ateliersessie: Vorm volgt functie

20 april 2016

Zowel landschap als natuur zijn altijd in ontwikkeling en kennen geen eindbeeld in de zin dat het af is. Dit geldt met name voor een gebied als Flevoland, dat vrijwel volledig op de tekentafel is ontworpen. De vraag is of dit ook betekent dat je bij nieuwe ontwikkelingen – die ook volop in Flevoland spelen –gewoon opnieuw mag gaan tekenen naar eigen inzicht en mening. Een dilemma.

Manieren van kijken

Eric Luiten, Rijksadviseur Landschap en Water, neemt ons in zijn verhaal mee naar verschillende manieren van kijken. Hij geeft aan hoe je landschappelijke kwaliteit zou kunnen zien. Als bouwwerk, dat zowel stevig, doelmatig als oogstrelend zou moeten zijn. Of moet het meer zijn dan een plaatje? Moet je het kunnen ervaren? Moet landschap misschien zelf verklarend zijn? Logisch, zonder vragen op te roepen? Het kan – tot slot – ook een resultaat zijn van een volgehouden manier van handelen over een lange periode zoals de veenweidegebieden, die daardoor heel herkenbaar zijn.

De factoren die in het verleden hebben geleid tot het landschap van Flevoland zijn in zijn ogen niet meer werkzaam. De factoren in termen van schaal, techniek, spelregels e.d. zijn vervangen door andere factoren. Dit roep dan ook de vraag op of het landschap dat uit de nieuwe factoren voorkomt ook weer een schoonheidservaring oplevert.

Eric onderscheidt drie manieren waarop je het landschap kunt beschouwen:

  • 2 dimensionaal; landschap is een snapshot, een schilderij
  • 3 dimensionaal; landschap als een gebied, een ruimte waarin mensen wonen, werken, recreëren, bewegen enz.
  • 4 dimensionaal;  gaat meer over de factor tijd, landschap als een machine die zich doorontwikkeld, iets wat van de ene situatie in de volgende terecht komt.

Waar voel je je lekker in, wat is je referentiekader, waar maak je je bezorgd over? Bij deze verschillende beschouwingsniveaus horen verschillende bezorgdheden. Deze benadering maakt een gesprek iets geordender, maar niet noodzakelijkwijs eenvoudiger. Het gevaar bestaat dat als je in een beleidsstuk als een omgevingsvisie het begrip landschap operationeel maakt, het op zoveel dingen betrekking heeft dat het zelf eigen niets meer is. Dat is iets wat je goed in de gaten moet houden.

Na een korte terugblik op de geschiedenis van het landschap in de ruimtelijke ordening van Nederland en de veranderde rol van rijksoverheid, constateert Eric dat we nu middenin een debat zitten. Dat debat moet voor de zomer leiden tot een valide betoog over landschap in Nederland en kan een van de bouwstenen worden voor de nationale omgevingsvisie. Het is nu dus een heel interessant moment

Hij vroeg in de afgelopen tijd bij de provincies na wat zij doen sinds het rijk met de decentralisatie van het natuurbeleid niet meer zo bekommerd over het landschap. De antwoorden hebben hem niet erg gerustgesteld. Zoveel provincies zo veel tactieken om het landschap op enigerlei wijze op de agenda te zetten.

Ter afsluiting legt hij een paar dilemma’s voor in het licht van fuzzy verantwoordelijkheid die in de afgelopen paar jaar is ontstaan.

  1. Lange kloeke lijnen of toenemende variatie?

    Hopen we op het bestaande landschapcasco en vertrouwen we op dit casco van de polders? Of zeggen we: dit is het casco dat we opgeleverd hebben gekregen, nu wordt het tijd voor fragmentatie, differentiatie enz. Laat de burgers, de boeren, de maatschappelijke interactie maar zijn eigen expressie krijgen, dit landschap kan dat makkelijk aan. Dit is een dilemma waar de provincie op zijn minst over zou moeten mee nadenken. Een mogelijke oplossing wat hem betreft is een mogelijk verschillende toekomst voor de drie polders.

  2. Provinciale regie of maatschappelijk initiatief?

    Vertrouw je op het maatschappelijk initiatief of hang je stiekem een beetje naar publieke regie? Is er nog steeds voldoende aanleiding om een vraag te stellen aan het publieke krachtenveld? Wat hem betreft is het verstandig als de provincie daarop een positie inneemt.

  3. Landschap als herinnering of landschap als belofte?

    Hang je vooral naar het landschap zoals het zich heeft ontwikkeld of hang je vooral naar het landschap dat nog moet komen. Het interessante is dat landschap zowel herinnering is als belofte. Mensen zijn geneigd om in de herinneringstand te springen omdat het beloven van nieuwe kwaliteiten onvoldoende helder is geformuleerd.

Grond voor verandering

Miranda Reitsma, ruimtelijk kwaliteitsadviseur en voorzitter van stichting Polderlab, richt zich in haar inleiding specifiek op de Noordoostpolder. Daar wordt door Polderlab onderzoek gedaan naar de ontwikkeling van het agrarisch gebied. Dit onderzoek richt zich op de vraag of het oorspronkelijke plan nog bij de hedendaagse maatschappij past en welke aanpassingen/wijzigingen nodig zijn om het ontwerp van de polders te updaten.

Miranda benoemt een aantal zaken die op dit moment in het oog springen. De schaalvergroting heeft geleid tot een aantal grote boeren. De grondhonger van deze boeren heeft geleid tot een verspreid bezit en ze zijn nog steeds op zoek naar nieuwe grond. De bedrijfsvoering van deze boeren is gericht op groei en bulk, samenwerking met anderen, ze nemen deel aan een wereldwijd economisch netwerk, hebben direct contact met afnemers en zijn bijna kennisondernemer. Voor deze bedrijven geldt dat erf en productiegronden zijn losgekoppeld. Gevolg hiervan is verminderde efficiëntie van de bedrijfsvoering, meer verkeersbewegingen en vrijkomende boerenerven.

Voor middelgrote bedrijven geldt, dat  de bedrijfsvoering niet meer gericht is op groei alleen. Deze ondernemers zoeken naar optimalisatie en een efficiëntieslag van de bedrijfsvoering. Om niet van een inkomstenbron afhankelijk te zijn, zoeken zij naar differentiatie in de bedrijfsactiviteiten. Zij houden verkoop en marketing van product in eigen hand en creëren eigen afzetmarkten. Zichtbaarheid is voor deze bedrijven van belang. Daarom doen veel aan branding en marketing. Voor hen is een aantrekkelijke omgeving belangrijk. Er ontstaan hierdoor nieuwe functies in het landelijk gebied en een economisch netwerk met en tussen recreatieondernemers binnen en buiten de polder.

Kenmerken voor de NOP is dat kennis- en sociale netwerken zo van belang zijn. Grote boeren brengen kennis in op landelijk en internationaal niveau. Kleinere boeren vormen studiegroepen en zetten duurzame ketens op. Sociaal is men voor de dagelijkse dingen gericht op nabije kernen en zijn ze actief in besturen en ook politiek.

In vergelijking met de oorspronkelijke opzet en inrichting van de NOP kunnen een aantal conclusies worden getrokken.

  1. In het ruimtelijk systeem van de polder is fragmentatie ontstaan.Voor bedrijven is dit met het oog op de bedrijfsvoering niet efficiënt  en leidt het tot meer verkeersbewegingen. De opgave op het gebied van water in relatie tot de verwachtte bodemdaling tot 2050 maakt meer ruilverkaveling nodig. Vraag is wie dit gaat agenderen.
  2. Kennisnetwerken zijn gericht op individuele oplossingen en verbeteringen.Vraag is hoe je deze individuele innovaties collectief kunt maken en wat zijn de succes- en faalfactoren.
  3. Het oorspronkelijk erfconcept is gedateerd. Een groot deel van de erven hebben geen agrarische functie meer. Dat betekent dat er nagedacht moet worden over andere functies (wonen, werken recreatie e.d.). Dit werpt vervolgens weer de vraag op wat de invloed is van deze andere functies op de dorpen.

Op basis hiervan is een herijking van het poldersysteem nodig. Een volgende stap op basis van het onderzoek van Polderlab is het ontwerponderzoeken. Inzet is de landschappelijke inpassing in de polder. Hoe kun je het landschap zo vorm geven dat het in de toekomst eventueel uit te breiden is. Voor een verkenning van de opgaven benoemd Miranda  een aantal scenario’s:

  • Schaalvergroting landbouw
  • Energieneutraal beheer
  • Ruilverkaveling bij bodemdaling
  • Ander grondgebruik bij bodemdaling
  • Waterberging op lokale schaal
  • Achteroever-concept als waterberging
  • Waterberging als accu voor energieopslag?

Presentaties

 

Reageren zonder in te loggen? Schrijf je reactie, vul je naam en e-mailadres in en vink ‘Ik reageer liever als gast’ aan.