AA Tekstgrootte
Visie op Flevoland

Tussenresultaat of start?

21 april 2016

Op 20 april verzamelde een groot aantal geïnteresseerden zich samen met leden van Provinciale Staten rondom de tafel van het Atelier Flevo-perspectieven. Deze was voor de gelegenheid tijdelijk verhuisd naar het provinciehuis. Ateliermeester Co Verdaas deelde er de eerste bevindingen van het Atelier. Hij benadrukte: “We hebben vele experts gesproken over trends, ontwikkelingen en hoe die op Flevoland neerslaan. Maar nu begint het échte gesprek pas: het gesprek met de regio.”

Samenvatting:

Stand van zaken Atelier Flevo-perspectieven

In tegenstelling tot alle sessies in het Atelier is Co vandaag niet de gespreksleider. Dat was Aernout Pleket, presentator van FlevolandStraks, het programma van Omroep Flevoland over dit traject. In een vraaggesprek met Co gaat hij op zoek naar de stand van zaken.

Co: “Allereerst wil ik nogmaals benadrukken dat het heel bijzonder is wat hier gebeurt. Gedeputeerde Staten en Provinciale Staten hebben een betekenisvolle keuze gemaakt: in deze tijd van snelle ontwikkelingen hebben zij het Atelier gevraagd om eerst de tijd te nemen om heel precies te onderzoeken welke ontwikkelingen relevant zijn. En dat zónder agenda, zonder piketpaaltjes! Het mag overal over gaan. Die ruimte ervaar ik ook als verantwoordelijkheid en was in het begin lastig – waar begin je? Maar inmiddels begint zich een duidelijke lijn af te tekenen”.

Nieuwe vrienden
Flevoland heeft volgens Co de afgelopen weken veel vrienden gekregen. In elk van de bijna 30 sessies kwamen tenminste 2 tot 4 experts hun kennis en inzicht delen met Flevoland. En niet de minsten: hoogleraren, rijksadviseurs, de Nederlandse Bank, de klimaatgezant. De informele setting van het Atelier zorgde voor open gesprekken.

“Bijna alle gesprekken begonnen met een binnenkring van experts en een buitenkring van bezoekers, maar eindigden in één grote groep waarbinnen de discussie plaats vond”, vertelt Co. “Dat symboliseert voor mij het proces waar we in zitten. We zijn met een klein clubje begonnen en verbreden nu de kring naar de regio. De toekomst wordt immers gemaakt door het handelen van de burgers, ondernemers en maatschappelijke organisaties, sámen met de provincie. Dit is dus pas de basis. Als het lukt om de komende weken die burgers, ondernemers en maatschappelijke organisaties erbij te betrekken, pas dan zal ik tevreden zijn.”

Tot zover het proces. Tijd voor de inhoud. Welke grote lijnen heeft het Atelier in de afgelopen weken ontdekt? Wat is relevant voor Flevoland? Met welke vragen gaat het Atelier nu de regio in? Om hier antwoord op te geven, kwamen een aantal gasten langs die eerder in het Atelier spraken.

Van bouwen, bouwen, bouwen naar werk, werk, werk!

Peter Louter, ruimtelijk econoom bij bureau Louter, schetst de ontwikkelingen op gebied van wonen, werken en inwoners in Flevoland. De regio scoort hoog op ‘aantrekkelijke natuurlijke omgeving’ – op plaats 6 van 46. Op plusvoorzieningen en harmonieuze omgeving scoren we echter minder. Tot zover geen grote verrassingen. Maar de trends die Louter vervolgens schetst zijn opvallender: het migratiesaldo van Flevoland is inmiddels negatief geworden. Er vertrekken meer mensen dan er hiernaartoe komen. De bevolkingsgroei is te danken aan de eigen aanwas. Verder is Flevoland haar voorsprong aan het verliezen wat betreft de participatiegraad en volgen de werkloosheidcijfers de landelijke trend. Zorgelijk is de hoge leegstand van kantoorpanden. Daar is een transformatie nodig.

Belangrijke constatering – die uit meerdere ateliersessies naar voren kwam - is de verwevenheid met de omgeving. Vooral met Amsterdam en Zwolle. Flevoland ademt mee met die regio’s en is er sterk afhankelijk van. Louter pleit ervoor om te werken aan Flevoland 2.0. Flevoland 1.0 was gericht op bouwen, bouwen, bouwen en groei, groei, groei. Nu is het tijd om je te richten op werk, werk, werk.

Flevoland bestaat niet

Op deze hoofdlijn – de verwevenheid met de omgeving – gaat Friso de Zeeuw, praktijkhoogleraar Gebiedsontwikkeling aan de TU Delft graag verder. En minder genuanceerd dan Louter, zo kondigt hij zelf vast aan. “In ruimtelijk –economische zin bestaat Flevoland niet”, verklaart hij. “Flevoland lijkt wel zo lekker centraal te liggen, maar in economische zin valt de regio buiten de zwaartepunten. Die liggen op de lijn Amsterdam – Utrecht, rond Rotterdam en de Brabantse regio. En in Gelderland, doorlopende naar Zwolle.”

Flevoland profiteert van de uitstraling van met name Amsterdam en Zwolle, maar is er ook in sterke mate afhankelijk van. “Dat is op zichzelf niet erg, als je er maar bewust van bent. Ken je plek in het grotere geheel”, aldus de Zeeuw. “Dat bepaalt hoe je aan de verschillende tafels zit.”

De Zeeuw adviseert om goed na te gaan denken over twee zaken. Ten eerste: wat kun je betekenen voor de regio om je heen? Hoe blijf je aantrekkelijk? En ten tweede: welke items heb je die je eigen kracht geven? Denk aan een Bataviastad, de sterke landbouw en de Oostvaardersplassen. Probeer die te versterken en daar nog wat items aan toe te voegen.

Typisch Flevoland

Waarin zit die eigen kracht, is dan de vraag. Wat is typisch Flevoland? Ook daarover heeft het Atelier het nodige onderzoek naar gedaan. In een ateliersessie is onder andere bediscussieert of het pioniersverhaal nog leeft en wat de Flevolanders kenmerkt. In straatinterviews vroegen we mensen waarom ze in Flevoland zijn komen wonen en wat ze er mooi vinden. We legden dat vast op film. Daaruit komt als rode draad: het groen, het water en de ruimte. Aernout vraagt aan Co of we in Flevoland niet gewoon trotser moeten zijn. Co: “Jazeker, we wonen hier in een wereldwonder, dat beseffen we niet. Amerikanen die een tour door Europa maken willen terug naar twee plekken: Oostenrijk voor de Alpen en Flevoland omdat je vanaf de dijk kunt zien dat het land lager ligt dan het water.”

Landing in het landschap

Eric Luiten, Rijksadviseur Landschap en Water, weet daar alles van. Aan hem de vraag hoe we in Flevoland met het landschap om moeten gaat. “Flevoland is misschien wel jong land,” vertelt Luiten, “maar het is onderdeel van een eeuwenlange Nederlandse traditie van het winnen van land uit water. Dat begon in de 16e eeuw en gaat nog altijd door. Flevoland is voorlopig de kroon op dat werk.”

Flevoland heeft heel lang het landschap beschouwd als ‘belofte’: waar nieuwe mogelijkheden ontstaan. Maar in toenemende mate ziet hij dat in Flevoland ook aandacht komt voor het landschap als herinnering. En dan komt de vraag op welke manier alle nieuwe ontwikkelingen en (maatschappelijke) wensen ten aanzien van het landschap kunnen landen op het bestaande. “Wordt dat een harde landing met conflicten? Of kun je ofwel je plannen ofwel het landschap wat aanpassen om een zachte landing te organiseren? Wil je een zachte landing, dan zal je moeten nadenken over welke waarden je aan het huidige landschap toekent.”

Luiten ziet in toenemende mate een differentiatie tussen de drie polders waar Flevoland uit bestaat. Hij pleit dan ook voor meer aandacht voor die verschillen en in differentiatie bij de toekomstige ontwikkelingen .

Terug naar de deugden van Siena

In alle ateliergesprekken kwamen de onderwerp ‘sturing’ en de veranderende rol van overheid en samenleving op tafel. Hein Pieper, dijkgraaf maar in dit verband vooral denker, praat hierover door met Co. “De tijd van instrumentele rationaliteit is voorbij. De overheid komt zelden tot duurzame oplossingen waar de maatschappij mee geholpen is”, aldus Pieper. “We moeten terug naar een oudere traditie.” Op het scherm verschijnt een fresco uit het stadhuis van Siena, Italië.

“Op het fresco van het goede bestuur wordt het bestuur omringd door zeven deugden. Dat is van waaruit bestuur weer moet gaan besturen. Het gesprek moet gaan over hoe je ze toepast. Dan gaan ze als kompas fungeren”. In dit verband vertelt Co een anekdote: in een sessie met een gemeenteraad vroeg hij ‘Stel er zijn geen Europese, Nationale of provinciale regels. Durf je het dan als raad aan om deze gemeente te besturen?’. “Een deel van de raad was zo eerlijk om te bekennen dat ze dat niet zouden durven”, aldus Co. “Het geeft maar aan hoe lastig het is om in de vrije ruimte keuzes te maken en erop te vertrouwen dat dat de juiste zijn. Je hebt dan een kompas nodig.”

De weerbarstige praktijk

De middag wordt afgesloten met nog één tafelgesprek tussen Co en Aernout en twee ondernemende mensen. Nanne Fioole, recycling-ondernemer, en Maarten Schoone, voorzitter Vereniging Windpark Rivierduingebied.

Fioole is een circulair ondernemer puur sang. Hij heeft al verschillende recylingsprocessen ontworpen en recyled nu met zijn bedrijf Retourmatras zo’n 1.200 matrassen per dag. Maar in zijn branche moet je wel iets van idealisme meebrengen, want eenvoudig geld verdienen is het niet. Hij onderneemt vaak tegen de klippen op. “De grondstoffen zijn nog nooit zo goedkoop geweest, dus recycling kan nu economisch amper uit”, vertelt hij. “En iedereen heeft de mond vol van duurzaam, maar op het moment dat er een tientje per matras betaald moet worden, haakt men af.”

Maarten Schoone besteedt zijn tijd met het ‘in de kruiwagen houden van 200 kikkers’ bij de opgave van opschaling en sanering van de windmolens in Flevoland. Ook beslist geen eenvoudige taak waarbij hij anderen én de overheid nodig heeft.

Vol gas de regio in

En juist deze laatste verhalen, besluit Co, tonen aan waarom het zo belangrijk is om vanaf nu de regio in te gaan. En gesprekken aan te gaan met ondernemers, burgers, initiatiefnemers en maatschappelijke organisaties. Mensen en organisaties die een drive hebben om iets bij te dragen aan de toekomst van Flevoland. En die misschien tegen de grenzen van het systeem oplopen. “We gaan dus vol gas die gesprekken aan. En ze mogen overal over gaan. En de vragen stellen: wat is uw bijdrage en wat is uw verzoek. Die twee moeten hand en hand blijven gaan.”

 

  • _MG_9827 c
  • _MG_9832 c
  • _MG_9843 c
  • _MG_9866 c
  • _MG_9895 c
  • _MG_9910 c
  • _MG_9935 c
  • _MG_9937 c
  • _MG_9949 c
  • _MG_9978 c
  • _MG_9993 c
  • _MG_9997 c

Reageren zonder in te loggen? Schrijf je reactie, vul je naam en e-mailadres in en vink ‘Ik reageer liever als gast’ aan.