AA Tekstgrootte
Visie op Flevoland

Toekomst van de waterketen

22 maart 2016

Met prachtig uitzicht over het Markermeer vond op 22 februari een sessie plaats met het onderwerp Waterketen. Met waterketen wordt de kringloop van water voor menselijk gebruik bedoeld: het oppompen van grond- of oppervlaktewater voor drinkwater, het bereiden en distribueren van drinkwater, de riolering, rioolwaterzuivering en de lozing ervan op oppervlaktewater.

Bijzonder aan deze ochtend is, dat een kunstenares een getekend verslag maakt van de dag. Op een grote rol papier houdt ze bij wat er wordt gezegd.

In de sessie was aandacht voor het effect van verschillende trends en ontwikkelingen op het (functioneren) van de waterketen. Dit gebeurde aan de hand van enkele presentaties.

Eerste spreker was Arie van der Sluis, werkzaam bij Samenwerking in de Afvalwaterketen. Een belangrijk inzicht dat hij meegeeft, is dat een grote vervanging van het rioolstelsel aanstaande is. Dit geeft de mogelijkheid om de problematiek op een andere manier te benaderen dan we gewend zijn. Hierbij moeten we ook nadenken over de te betrekken partijen. Niet alleen waterschap en gemeenten staan aan de lat, we moeten dit in breder perspectief bekijken. Bovendien liggen er in de opgaven voor de waterketen allerlei relaties met andere thema’s zoals energie, klimaat en afvalwater als grondstof.

Een nieuwe manier van denken is bijvoorbeeld de circulaire economie op huishoudniveau (dia 10 presentatie Arie). Waarom binnen één huishouden niet meer gebruik maken van afvalwater en warmte voor volgende toepassingen? In de toekomst hebben we wellicht allemaal een vergistingsinstallatie in de schuur (dia 11). Hiermee besparen we energie en herbruiken we grondstoffen. En al die leegkomende rioolbuizen? Daar zoeken we ook wel weer een nieuwe bestemming voor (dia 17).

Na Arie van der Sluis neemt Lize Beekman van Vitens het woord. Vitens heeft één doel; het leveren van betrouwbaar en goed drinkwater, altijd. De afgelopen jaren kon Vitens vertrouwen op wet- en regelgeving van het Rijk en de provincie bij inzet op deze kwaliteit. Maar in de nieuwe Omgevingswet zullen het Rijk en de provincie naar verwachting minder regels stellen en daarmee verandert ook de rol van Vitens. Vitens zal meer gaan inzetten op het waarborgen van de drinkwaterbronnen. Hierbij merkt Vitens dat de druk op drinkwaterbronnen toeneemt in de toekomst. Bijvoorbeeld door de ontwikkelingen rondom schaliegas, maar ook ontwikkeling van een parkeergarage, gebruik van beschermingsmiddelen en medicijnresten kunnen invloed hebben op (de kwaliteit van) drinkwaterbronnen.

In Flevoland liggen 4 drinkwaterwinningen, waarvan er 3 goed beschermd zijn onder een kleilaag. Ook voor de toekomst moeten we deze drinkwaterbronnen goed beschermen. En dus zullen we de betekenis van de ontwikkelingen in de bovenlaag op de onderlaag moeten inzien. Lize verwijst nog naar de ontwikkeling van Oosterwold, waarin geëxperimenteerd kan worden met andere concepten voor de (drink)waterketen.

De derde spreker is Michiel van de Vight. In zijn presentatie trekt Michiel een parallel tussen de waterketen en de trends en ontwikkelingen binnen het thema Energie. Binnen het traditionele model van de energievoorziening werd uitgegaan van vraag en aanbod. Maar deze verhouding tussen vraag en aanbod wijzigt (zie dia 7, 8 en 9 van presentatie). Er ontstaan:

  • andere bronnen die het electriciteitsnetwerk voeden;
  • een behoefte aan een SMART Grid: een slim netwerk waarin vraag en aanbod aan elkaar gekoppeld worden;
  • een vraag naar opslag van elektriciteit, dit heeft betekenis voor de bouwsector; hoe integreer je deze opslag in nieuwbouw. Welke betekenis heeft dit op huishoudniveau? (dia 10)
  • lokale initiatieven, lokale duurzame oplossingen, zoals een klein warmtenet.

We gaan naar productdifferentiatie, een markt met meerdere spelers en eigen klanten. Een mooi voorbeeld van waar dit al speelt is in de Polderwijk van Zeewolde. Hier wordt een woonwijk verwarmd met de warmte van een melkveehouderij. Dichtbij de bron, een lokale oplossing. Er is dus een toenemende complexiteit, waar we moeten mee leren om te gaan. We moeten slimme netten ontwikkelen, die in beweging blijven. Hier geldt een parallel met de afvalwaterketen; de vraag is of we afvalstromen waar je energie uit kan halen direct bij de bron oppikt, of mengen we alles, vervoeren we het naar een centraal punt en gaan we daar weer scheiden?

Aad Oomens neemt het woord over. Hij begint zijn verhaal met het feit dat op globaal niveau water een schaars goed is. Het is hier in Flevoland in ruime mate aanwezig, maar wat zouden we anders doen als het schaars is? Oomens ziet verschillende trends en ontwikkelingen. In de eerste plaats de digitale innovatie. Hij verwijst naar de wet van Moore (dia 5 presentatie); elke 2 jaar verdubbelt de capaciteit van onze computers. Hiermee ontstaat ook het Internet of Things: alles is met elkaar verbonden (dia 7). We gaan toe naar smart homes, waar de koelkast weet dat de kaas op is en de verwarming aan gaat zodra we het huis naderen. Deze trends hebben ook invloed op de wijze waarop we kunnen en willen omgaan met de waterketen.

In de afvalwaterketen zien we op dit moment een traditionele werkwijze, waarbij afvalstromen worden verdund, verschillende stromen worden gemengd en op een centrale plek de stromen weer uit elkaar worden gehaald, ingedikt en afgevoerd. In dit proces wordt er veel energie en water verbruikt en is geen sprake van een gesloten kringloop. Door gebruik te gaan maken van een bronaanpak kan je grondstoffen terugwinnen en energieverbruik verminderen. Deze werkwijze vraagt om een andere manier van kijken en een andere manier van denken. Echter , doordat de investeringskosten van de infrastructuur in de grond hoog en langdurig zijn, zijn we in de waterketen minder flexibel in de bewegingen. We zijn gevangen in de bestaande infrastructuur en de kosten die daaraan hangen. We moeten voor de toekomst dan ook praten over flexibiliteit en individueel versus gemeenschappelijke systemen.

Tenslotte is het woord aan Esther Geuting van Stec groep. Zij legt in haar verhaal de link tussen de veranderingen in de wereld van de ruimtelijke ordening en de waterketen.

Zij benoemt enkele trends in de ruimtelijke ordening:

  • De demografische groei waar we de afgelopen 40 jaar op konden rekenen, komt tot stilstand. Daarbij zien we dat een kwart van het land ‘krimpt’. Hier staat tegenover dat de Randstad groeit. Het verschil tussen deze krimpregio’s en groeigebieden wordt groter.
  • In de toekomst zullen we ons minder richten op eigendom en meer op gebruik.
  • Wijkplanning is niet meer uit te rollen als een tapijt. Het draait veel meer om de vraag wat je waar nodig hebt.
  • En bovendien zullen we meer moeten kijken naar wat er al is. Veel meer doen met het bestaande. Wat zijn de belangrijke essentiële structuren, wat is de kern en wat kan je loslaten?

Deze zoektocht in de ruimtelijke ordening, geldt ook voor de watersystemen. We gaan van groot naar klein en meer naar ‘samen’. Geuting zegt hierover “loslaten is dichter bij jezelf houden”.

Wetgeving is een vehikel in innovatie. Hoe je de regels bepaalt, bepaalt hoe het spel wordt gespeeld. Oosterwold is een voorbeeld van hoe het kan werken. De initiatiefnemer is verantwoordelijk voor zijn eigen ontwikkeling en mag hiermee geen overlast voor anderen veroorzaken. Dit betekent in veel gevallen dat de kosten voor de baten uit gaan. En dat er gezocht moet worden naar anderen die willen meedoen. Wanneer dit succesvol gebeurd dan kan vanuit pilotprojecten worden opgeschaald. Voor pilots geldt dus: Leer lessen en vent die vervolgens breed uit.

In de sessie zijn de volgende trends benoemd, die invloed hebben op de waterketen:

  • De waterketen verduurzaamt (kringloopsluiting, afval = waarde etc.)
  • Technologisering (ICT, meten = weten, zuiveringstechniek)
  • Ruimtelijke Ordening meer adaptief (minder overheidssturing, flexibiliteit, focus op kerntaak overheid)
  • Nieuwe milieuvreemde stoffen in het water (medicijnresten, hormonen en microplastics)
  • Klimaatverandering (neerslagpatroon, vraagstuk van buffering)
  • Meer verantwoordelijkheid bij inwoners (autonomie, particulier initiatief)

    Dit alles leidt tot een centrale opgave van toenemende complexiteit.  Denk daarbij aan samenwerking en afstemming met meer partners, wetgeving die niet altijd adequaat is en nieuwe vraagstukken die opkomen zoals de afzet van grondstoffen.

Presentaties

Achtergrondinformatie

Reageren zonder in te loggen? Schrijf je reactie, vul je naam en e-mailadres in en vink ‘Ik reageer liever als gast’ aan.