AA Tekstgrootte
Visie op Flevoland

Samenspel rond een zonneweide

17 oktober 2016

Waar loopt een initiatiefnemer in Flevoland tegen aan? Om hier inzicht in te krijgen ging het perspectief richting de Vlotgrasweg in Lelystad. Hier woont Mathé Vermunt en hij wil een zonneweide aanleggen op een akker naast zijn huis.

Afgelopen maandag heeft Mathé Vermunt een subsidie aangevraagd. Hij wil een zonneweide aanleggen op een akker naast zijn huis. Hij woont aan de Vlotgrasweg in Lelystad. Met de aanvraag start de volgende fase in een proces dat begon tijdens een vakantierit naar Oostenrijk. ‘Dat wil ik ook’, dacht Mathé toen hij de zonneweides in Duitsland zag. Eerder al had hij zijn aardappelschuur vol laten leggen met zonnepanelen. Die leveren nu energie voor de klimaatbeheersing van de schuur en laden de elektrische auto op. Mooi die energietransitie.

Ervaringen delen

Het gesprek met Mathé start drie jaren geleden; het moment dat de vergunningaanvraag bij de gemeente Lelystad werd ingediend voor een zonneweide. De 880 zonnepanelen die hij hier wil plaatsen, leveren net zoveel energie op als een middelgrote windmolen (2,2 MW voor de kenners). Vanuit het perspectief Ruimte voor initiatief hebben we Mathé gevraagd zijn ervaringen te delen samen met de betrokken ambtenaren van de gemeente en provincie.

Werken vanuit de bedoeling

Tijdens het geanimeerde gesprek dat vervolgens ontstaat valt het op dat het voor de overheid ingewikkeld is om snel te schakelen bij nieuwe ontwikkelingen waar niet in voorzien was. ‘Daar hebben we geen beleid voor’ en ‘Dat past niet binnen ons beleid voor het landelijk gebied’, hoorde Mathé vanuit de gemeente en provincie. Binnen die organisaties ontstond ook al snel een geheel eigen gesprek waarbij vanuit diverse sectoren allerlei belemmeringen werden aangevoerd. Terwijl beide organisaties de energietransitie een warm hart toedragen. Zowel het gemeentebestuur als het provinciebestuur hebben dit onderkent en besloten de benodigde ruimte te zoeken voor dit initiatief, een dreigende stilstand werd zo voorkomen. Tegelijkertijd constateerde de provincie dat het de taak van de overheid is om een gelijkwaardig speelveld te creëren, daarom is dit initiatief gelabeld als een experiment en ligt nu de vraag voor welke ruimte in de toekomst gecreëerd kan worden voor vergelijkbare initiatieven.

Wederkerigheid

Na deze moeizame beginfase ontstond al snel een vruchtbare samenwerking tussen de gemeente en Mathé, later haakte ook de provincie aan. Mathé had graag gezien dat de gemeente en provincie procedureel parallel aan elkaar zouden werken. ‘Kan dat niet georganiseerd worden?’, vraagt hij zich af. Dat scheelt de initiatiefnemer een hoop tijd. Opmerkelijk was ook de vraag van de zijde van de ambtenaren of er niet meer van de zijde van de initiatiefnemers verwacht mag worden. Zo had Mathé het politieke proces kunnen voeden door als initiatiefnemer in te spreken bij de raads- en statenvergadering. Nu zat hij thuis via een internetverbinding naar de vergadering te kijken. Door eerder samen op te trekken bij het betrekken van de omgeving hadden zienswijzen wellicht voorkomen kunnen worden of minder impact gehad in het proces.

Samenspel

Over 13 weken hoort Mathé van de Minister van Economische zaken of hij de subsidie voor zijn zonneweide krijgt. Volgend jaar zomer is het dan operationeel. Een beetje Duitsland in de polder. Wat blijft hangen na het gesprek is de notie dat het draait om de bereidheid om als initiatiefnemer en overheden te investeren in het onderlinge samenspel, maatschappelijk en bestuurlijk. We hebben elkaar nodig om onze doelen te realiseren.

  • Ruimte voor Initiatief

Reageren zonder in te loggen? Schrijf je reactie, vul je naam en e-mailadres in en vink ‘Ik reageer liever als gast’ aan.