AA Tekstgrootte
Visie op Flevoland

Op bezoek in de regio Zwolle

20 april 2016

Op woensdag 13 april keek het Atelier Flevo-perspectieven letterlijk over haar grenzen heen door af te reizen naar Zwolle. In het prachtige Grand Hotel Wientjes, gelegen tussen station en centrum, sprak ateliermeester Co Verdaas met Arie Slob, Albert Cornelissen, Friso de Vor en Harke Plas over de Flevolandse banden met haar omgeving, in dit geval specifiek met de Zwolse regio.

Arie Slob, directeur van Historisch Centrum Overijssel, begint in stijl. Hij vertelt over de laatste zaterdag in mei 1932 toen de vlaggen halfstok gingen in de Kop van Overijssel. Het dichten van het laatste gat in de Afsluitdijk betekende voor deze regio het einde van de traditionele broodwinning. Op de vraag van onze ateliermeester hoe de Zwolse regio naar Flevoland kijkt, antwoordt Slob dat hij vanuit zijn rol in de Tweede Kamer de discussie over de Noordvleugel-provincie van dichtbij heeft meegemaakt. Vanuit het Zwolse ligt de Flevopolder gevoelsmatig ver weg, wat overigens wel verbeterd is door de ontwikkeling van infrastructurele projecten zoals de N50 en de Hanzelijn. Ook roemt Slob de natuur in Flevoland, een bijna on-Nederlandse natuur met veel ruimte wat tal aan energie­mogelijkheden biedt. Dat er wel relaties zijn tussen het Flevolandse en de Zwolse regio komt naar voren op het gebied van onderwijs, economie, cultuur en evenementen. Vanuit de oostkant van de Flevopolder is er juist op die terreinen een sterke oriëntatie op Zwolle.

Op het onderwijsterrein geeft Windesheim een heel concrete invulling aan de relatie tussen Flevoland en Zwolle. Albert Cornelissen, voorzitter van het College van Bestuur van Windesheim, vertelt dat sinds 2010 de van oudsher Zwolse hogeschool ook een vestiging in Almere heeft. Er zijn overeenkomsten en verschillen tussen de vestigingen. Zo hebben ze beiden een sterke oriëntatie op het MKB, maar de wijze waarop en het opleidingsaanbod verschilt. Op beide locaties zijn studenten positief over het onderwijs, maar zijn ze wel kritisch op de aansluiting met de arbeidsmarkt. Ook de cultuur verschilt in beide regio’s. Almere kent een tweeledig beeld, enerzijds is het een stad van de provincie, anderzijds is de jonge stad onderdeel van de MRA. In Almere zijn veel dingen mogelijk, studenten zijn trots op hun stad, allerlei proefballonnetjes worden opgelaten in samenwerking met ZZP’ers welke soms tot succes leiden en soms niet slagen. In Zwolle is er juist een sterke relatie met familiebedrijven en het MKB. Windesheim past dus haar beleid aan per regio. Iets wat de provincie ook zou kunnen doen?

Als 3e spreker deze middag komt Friso de Vor aan het woord die ons meer vertelt over de economie in de regio Zwolle aan de hand van de Regio Zwolle Monitor (RZM). Deze monitor houdt het midden tussen een statistisch jaarbericht en een economisch specifiek onderzoek. Ook kijkt de RZM naar de inkomende en uitgaande pendel. Van de inkomende pendel komt maar 4% uit overig Flevoland tegenover 11% uitgaande pendel. In Dronten is dit sterk waar te nemen. Zo woont en werkt 32% in Dronten en is van de uitgaande pendel 23% gericht op overig Flevoland. Van de inkomende pendel is maar 16% uit overig Flevoland afkomstig, terwijl 42% van de inkomende pendel uit de regio Zwolle komt. In de regio Zwolle springt een aantal sectoren er uit, zo doet landbouw het bovengemiddeld goed in de Regio Zwolle en is Urk sterk in nijverheid en bouw, maar bovenal heeft de regio Zwolle een breed economisch profiel.

Tot slot neemt Harke Plas, partner bij KienhuisHoving Advocaten en initiatiefnemer, oprichter en secretaris van Stichting Metropool Zwolle, ons mee in het ontstaan van de Stichting Metropool Zwolle. De kracht van dit samenwerkingsverband is dat er gekozen is het aan te vliegen vanuit de cultuur in plaats vanuit structuur. Door een wisselende regierol van verschillende actoren is het samenwerkings­verband ontstaan in de regio Zwolle. Opbouwen vanuit daadkracht en elkaar dingen gunnen door de gedeelde mentaliteit zijn andere succesfactoren. De Regio Zwolle Monitor is door de stichting bottom up vorm gegeven, niet vanuit beleidsdoelen maar door te kijken naar wat er aan de hand is in de regio. De gedachte erachter was: je weet pas wie je bent, als je in de spiegel kan kijken. Vervolgens kan het beleid daar op aansluiten. Wat verder uniek is aan de Zwolse regio is de fijnmazige economie. Zo heeft 90% van de bedrijven minder dan 10 werkzame personen. In de regio zijn van oudsher veel familiebedrijven actief, die goed bestendigd bleken te zijn tegen de economische crisis.

Discussie

Na de inleidende presentaties volgde een discussie met het publiek. Vraag die centraal stond is: waar liggen de aangrijpingspunten, wat kunnen we leren van Regio Zwolle voor de Omgevingsvisie in Flevoland? Een vijftal lessen werd meegegeven:

  1. Bottom up beginnen om top down de goede dingen te kunnen doen
  2. Niet als overheid als enige sturen
  3. Richten op ‘coalition of the willing’
  4. Idee, commitment en dan geld
  5. Kies voor een thematische benadering

Conclusie is dat de identiteit van de regio van belang is. Door bottom up te kiezen, wordt gebouwd aan een idee dat van onderaf aan is geboren. Zoek daar commitment voor door je te richten op mensen die iets willen, deze voorlopers kunnen middenmoters meenemen. Als overheid hoef je daarin niet als enige te sturen, laat het idee dragen door mensen. In de regio Zwolle zijn de structuren licht. Kies met elkaar voor de juiste projecten, maar wees bewust dat er altijd een risico is dat iets niet lukt. Creëer commitment via kwartiermakers en mensen die het idee in stand houden. Vergeet daarbij niet het belang van ondernemers en onderwijsinstellingen. Laat de opgave leidend zijn, redeneer vanuit die opgave en sluit aan bij de kracht van de economische regio's.

Reageren zonder in te loggen? Schrijf je reactie, vul je naam en e-mailadres in en vink ‘Ik reageer liever als gast’ aan.