AA Tekstgrootte
Visie op Flevoland

Met het IJsselmeergebied hebben we goud in handen!

20 april 2016

In de allerlaatste sessie in deze reeks ging de blik over de dijken heen. Onze gasten Lodewijk van Nieuwenhuijze (H+N+S), Henk Nieboer (EcoShape) en Joost Wentink (’t Blauwe Hart) belichtten de ontwikkelingen in het Markermeer en IJsselmeer vanuit een ruimtelijk, waterbouwkundig en ecologisch perspectief.

Lodewijk nam ons mee in de rijke historie van het gebied, hoe de VOC en de Hanze bepalend waren voor wat nu historische, karakteristieke stadjes zijn. Voedseltekorten en een overstroming waren bijna 100 jaar geleden aanleiding om het natte hart van Nederland drastisch aan te pakken. De historie laat zien hoe steden/dorpen zich in de opeenvolgend aangelegde polders steeds dichter op de randen ontwikkelden. Die (recente) historie laat ook zien dat grootse plannen zich niet laten sturen: de economische realiteit haalt planvorming steeds in. Toch is er wel een duidelijke trend: ecologische waarden nemen een steeds bepalender rol in bij de ontwikkelingen op de kusten van het gebied. Voorzichtig ‘kantelt’ ook het perspectief. De verbinding met het water wordt steeds vaker gezocht. Denk aan de verbinding tussen de Oostvaardersplassen en de Marker Wadden. Langzaam ontstaat er langs de kusten en op het water een natuurschil met betekenis voor de hele metropoolregio. Hier ligt ook een potentie voor interesse vanuit het buitenland.

Nijboer liet zien hoe (bijna) rampen in de (recente) historie van Nederland sturend zijn geweest op de ontwikkeling van de waterbouwkunde. Nederland heeft daarmee veel ervaring opgedaan. Globalisering brengt dat ook rampen in het buitenland (orkaan Katrina) sturend worden op het Nederlandse waterveiligheidsbeleid en dit leidt tot een groei van de export van onze waterbouwkundige kennis. Met het laatste deltaprogramma hebben we de reactieve houding verlaten en willen we mogelijke rampen in een onzekere toekomst voor blijven.

De waterbouwkunde ontwikkelt zich naar natuur-inclusieve, dynamische oplossingen waar de omstandigheden en het beheer dat mogelijk maken. Dat maakt dat het pallet aan oplossingen voor toekomstige versterkingen van de dijken van Flevoland breder worden. Een technische oplossing is altijd mogelijk maar meer innovatieve oplossingen waarin ook waarden uit het natuurlijk en sociale domein een plek krijgen, zijn zeker ook mogelijk. Hiermee wordt de dijkversterking een ruimtelijke ontwerpopgave, met oog voor ruimtelijke kwaliteit.

Wentink stelde in zijn inleiding de vraag wat wij met elkaar in het Blauwe Hart van Nederland nu aan het maken zijn. Het gebied heeft de potentie om de Metropolitane verademing te worden waar Frits Palmboom (Van Eesterenleerstoel) over spreekt. De opgaven zijn in aantal omvangrijk en veelzijdig van karakter: windenergie, Marker Wadden, visstand met land-waterovergangen, versterking Houtribdijk, Markerzand, dijkversterkingen enz. Een breed gedragen beeld van de gebiedskwaliteit is echter er niet.

In de discussie met het publiek werd de provincie opgeroepen de omgevingsvisie voor haar hele grondgebied, dus ook de omliggende wateren te maken. Flevolanders, inclusief overheden hebben de kusten nog te weinig op het netvlies; Flevolanders zijn niet gewend om na te denken over de kust. Er zit potentie in het verbinden van kust en achterland. Van aandacht voor het midden van het gebied, naar meer aandacht voor de randen.

Heldere (ruimtelijke) kaders voor ruimtelijke ontwikkelingen zijn noodzakelijk om publiek private initiatieven tot ontwikkeling te brengen. Een interessant vehikel hiervoor kan de uitgifte van concessies zijn.

Conclusies:

  • Ecologische waarden nemen in toenemende mate een bepalende rol in de vormgeving van onze kusten in.
  • Ecologische verbindingen ontstaan tussen land (Oostvaardersplassen) en water (Marker Wadden) met waarde voor de hele metropoolregio. In feite ontstaat er een schil met hoge natuurwaarden.
  • De waterbouwkunde ontwikkelt van harde waterkeringen naar natuurinclusief bouwen dat ook ruimte biedt aan belangen in het sociale en ecologische domein.
  • Toekomstige ingrepen in de kust (dijkversterkingen) behelsen een ruimtelijke ontwerpopgave. 
  • Flevolanders zijn niet gewend om na te denken over de kust. De verbinding tussen kust en achterland heeft veel potentie maar wordt door Flevolanders nauwelijks herkend.
  • De vele ontwikkelingen in het gebied (nu al Markermeer, straks ook IJsselmeer) zijn in potentie interessant voor buitenlandse bezoekers (etalagefunctie van het gebied).
  • Een breed gedragen beeld v.w.b. gebiedskwaliteit is er nog niet. Een goede eerste stap zou zijn wanneer de provincie het omliggende water ruimtelijk ook duidelijk positioneert (water + land = Flevoland).

Achtergrondinformatie

  • foto 1
  • foto 3
  • foto 4

Reageren zonder in te loggen? Schrijf je reactie, vul je naam en e-mailadres in en vink ‘Ik reageer liever als gast’ aan.