AA Tekstgrootte
Visie op Flevoland

Meetup Lelystad: zoek verbinding tussen stad en ommeland

3 juni 2016

“Onze grootste successen zijn dingen die niet gepland waren: de Oostvaardersplassen en de Batavia. Een beter pleidooi om ruimte te geven aan initiatieven is er niet”. Dit was misschien wel de meest opmerkelijke constatering in de Lelystadse bijeenkomst over de toekomst van Flevoland. Het ging over economie, werkgelegenheid en arbeidsmoraal. Er was een opvallend gesprek over de positie van de landbouw. En natuurlijk passeerden gekende kwesties als het stadscentrum, duurzaamheid, toerisme en de kwaliteiten van Lelystad als woonstad de revue.

“Lelystad heeft van de Flevolandse gemeenten de minste regionale verweving”, stelt Ateliermeester Co Verdaas vast. Tafelgast Hedwig Boerrigter onderkent dat: “Het is een provinciehoofdstad die als zodanig nauwelijks door de rest van de provincie herkend wordt. De identiteit van de stad is daarmee wat diffuus. Ik moet me naar buiten altijd verdedigen dat ik hier woon, terwijl het toch super wonen is.” Rust, ruimte, schoon en groen zijn breed herkende en erkende kwaliteiten van de stad. Die zouden in het profiel maximale aandacht moeten krijgen, daarover zijn de aanwezigen het snel eens. Maar hoe verhoudt dat zich tot de ontwikkeling van de luchthaven, Flevokust en andere meer industrieel gerichte bedrijvigheid?

Landbouw en arbeidsmoraal

Lelystad heeft een grote agrarische sector en een hoge werkeloosheid. Toch hebben veel boeren grote moeite om arbeidskrachten te vinden en betrekken ze die uit Oost Europa. "Er is in Lelystad geen werkmentaliteit",  zo verklaart een van hen die discrepantie. Ook anderen herkennen een verschil in arbeidsethos. “Begin bij de jeugd”, zo wordt geadviseerd, “die willen wel, maar het moet hen aangeleerd worden.” Een ander ziet wel wat in verplichte sociale inzet als tegenprestatie voor een uitkering. “Maar werken in de landbouw is niet meer sexy. Er zijn nog al wat problemen met bedrijfsopvolging,” ervaart Hedwig Boerrigter als directeur van de St. Veldleeuwerik. “Daarnaast is er het probleem van de verarming van de bodem, waardoor het boeren er economisch gezien niet gemakkelijker op wordt.” Toch zien de aanwezigen grote kansen voor Lelystad als de stad zich beter gaat verhouden tot zijn agrarische omgeving. Zo’n 70, deels biologische, boeren zijn bezig met de oprichting van “De Lelystadse boer”. Met dit initiatief willen zij hun bedrijven veel sterker koppelen aan de stad. Door verkoop van producten ook in het stadscentrum, sociale en werkgelegenheidsprojecten, de kansen van het vliegveld en Flevokust te benutten en zo ook te werken aan het imago van stad en landbouw in combinatie met elkaar.

Wetland en watersport

Meer verbinding tussen stad en landbouwomgeving verhoudt zich heel vanzelfsprekend tot het tweede speerpunt wat als lonkend perspectief voor Lelystad wordt genoemd: de nieuwe natuur, toerisme en watersport. Als snel komen er veel ideeën los over de Oostvaardersplassen en de Marker Wadden met als toeristisch scharnierpunt daartussen de kustzône en Batavialand. Thema’s als duurzame energie en een gerichte benadering van de circulaire economie versterken zo’n profiel verder. Daarbij is het goed om wat breder te kijken. De Almeerse Floriade bijvoorbeeld biedt op dit punt ook kansen voor Lelystad. Zo’n visie op de stad werkelijkheid laten worden vraagt een groot uithoudingsvermogen, zo toont o.a. het voorbeeld van Leeuwarden aan. Maar het werkt wel.

Gebrek aan binding

“De stad is pas een gemeenschap als er onderlinge binding is en die ontbreekt,” werpt Hedwig Boerrigter in het midden. ”De kinderen trekken weg en komen niet meer terug.” Vestiging van hogere opleidingen zou helpen, maar het is niet reëel te verwachten dat die zullen komen. En het stadscentrum mist sfeer, kent veel leegstand en is niet echt een ontmoetingsplek. “Toch”, zo wordt gesteld, “is het zaak om de lokale economie wel te blijven steunen, je aankopen zo veel mogelijk in de stad zelf te doen.” 

Ten slotte

Aan de hand van foto’s geven aanwezigen aan welke beelden het best aansluiten bij de Flevolandse/Lelystadse identiteit. Hoog scoren de weidsheid, dijken, water en de landbouw. Maar ook Exposure, de hurkende man komt duidelijk in beeld. De meningen daarover zijn verdeeld. Er zijn fans, maar ook: “Ik vind het maar niks. Misschien is niet zo gek het eens in de drie jaar, als maatschappelijke stage, in een andere kleur te schilderen.” De Flevolandse landschapskunst is een unique selling point, maar nauwelijks bekend bij de Flevolanders zelf, zo wordt gedacht.

En dan komen we op dat andere unieke: “Dat je zo maar onder het waterpeil durft te leven.” De pioniersgeest is nog niet verdwenen. Het blijft onderdeel van de identiteit vormen.

“Ach”, relativeert een ander, “Ik vind het ontbreken van een identiteit juist wel prettig. Je zit niet vast aan verleden of conventies. Het geeft ruimte, vrijheid." Om op een nieuwe manier te pionieren dan maar?

Reageren zonder in te loggen? Schrijf je reactie, vul je naam en e-mailadres in en vink ‘Ik reageer liever als gast’ aan.