AA Tekstgrootte
Visie op Flevoland

Leefbaar landelijk gebied - verslag

20 april 2016

Het landelijk gebied kent een heel eigen dynamiek. Belangrijke trends hangen samen met trends in de landbouw zoals de schaalvergroting waardoor andere boeren stoppen en erven niet meer agrarisch gebruikt worden. In de dorpen zien we dat jongeren naar de grote stad trekken en de gemiddelde leeftijd van de inwoners steeds hoger zal worden.

Wat gaat dat betekenen? Zal het landelijk gebied  van Flevoland te maken gaan krijgen met krimp? Wat doet dat met de voorzieningen in de dorpen en met de leefbaarheid van het landelijk gebied? Waar zitten de kansen? Kunnen nieuwe functies op vrijkomende erven de leefbaarheid en vitaliteit van het landelijk gebied vergroten? En hoe verhouden deze functies zich met de schaalvergrotende landbouw? Over deze vragen ging Co Verdaas in de sessie Leefbaar Landelijk gebied in gesprek met Miranda Reitsma (Polderlab), Wouter Tooren (omgevingspsycholoog) en Inge Vleemingh (Alterra).

Verscheidenheid in polders, gebruik landbouwgronden en potentie van erven

Miranda Reitsma vertelt haar ervaringen naar aanleiding van een onderzoek van het Polderlab bij agrariërs en erfbewoners in de Noordoostpolder. Het Polderlab is met name benieuwd hoe de polder na 70 jaar functioneert. Hoe staat het er voor? Hoe leven mensen?

Een opvallende constatering is dat die van oorsprong zo geordende polder nu een versnipperd agrarisch gebruik kent. Ook de eigendommen van agrarische gronden zijn verspreidt. Die verspreiding is ontstaan doordat er een schaarste heerst in goede agrarische percelen. De grondprijs van landbouwgrond is erg hoog.  Bovendien zien de agrariërs ook de voordelen van verspreid bezit, het spreidt namelijk ook het risico. Echter de verspreiding van agrarische gronden geeft wel een toename van verkeersbewegingen.

Het Polderlab heeft onderzoek gedaan door diepte interviews met erfbewoners aan de Steenwijkerweg en Steenwijkerdwarsweg. De omgeving van de Steenwijkerweg was een van de eerste gebieden die zijn uitgegeven. Het gebied was van oorsprong een tuinbouwgebied, daardoor zijn de erven bij uitgifte klein van opzet geweest.  Heel anders dan in later uitgegeven gebieden van de Noordoostpolder en de Flevopolders, waar de erven steeds groter werden uitgegeven. 

De Steenwijkerweg en Steenwijkerdwarsweg zijn naast hun relatieve kleinschaligheid ook gunstig gelegen, nabij een vitaal dorp Markenesse. De Steenwijkerweg is ook de verbinding met Blokzijl en Steenwijk. Zodoende zullen hier altijd mensen komen en gaan, en is het interessant als daar iets te beleven valt. Er zijn dus gebieden die op deze manier interessant blijven, die hebben marktpotentie en zullen levendig blijven.

De bewoners zien de toekomst van hun erven positief in. Het gebied is jong, ondernemend en trots!

Binnen de polders bestaan er grote verschillen in karakter. De trots en potentie die de Steenwijkerweg en Steenwijkerdwarsweg typeert, zal zeker niet overal gelden. Ook in gebieden met ongunstige ligging komen erven vrij.

Luister naar de behoefte van mensen aan hun omgeving

Wouter Tooren, omgevingspsycholoog bij Eckveld, vertelt over de studie die het bureau in 2012 heeft gedaan in Zeeuws Vlaanderen naar wat mensen zelf ervaren van een gebied met krimp. Maar wat is omgevingspsychologie eigenlijk? Wouter geeft ons mee dat het gaat over de interactie tussen omgeving en mens. Hoe beïnvloed de omgeving de mens en anders om? Probeer daarbij te ontdekken wat de behoefte van mensen is aan hun omgeving!

De term “Krimp” werd door de overheid geïnitieerd, maar niet alleen het woord maar ook de problematiek. Daardoor wordt het door mensen gezien als iets wat ontstaan is door overheidshandelen. Bewoners ervaren voornamelijk het verlies van voorzieningen en stellen doorgaans daar de overheid voor verantwoordelijk. Ze zien dat de bibliotheek en de school verdwijnt. Ze worden boos want daardoor trekken mensen weg, de winkel verdwijnt en er komen vervolgens ook geen mensen meer naar het dorp.

Als een basisschool bijvoorbeeld sluit, stort ook het sociale netwerk daaromheen in. Een basisschool blijkt een enorm belangrijke sociale factor in een leefgemeenschap, daar komen mensen samen. Als dat weg valt is er geen plek meer waar mensen elkaar ontmoeten. 

Natuurlijk is niemand een dief van eigen portemonnee. De boodschappen worden daar gedaan waar ze betaalbaar zijn. Het effect is wel dat lokale winkeliers verdwijnen, enkel ondernemers met een grote reikwijdte kunnen blijven bestaan.

De schuld wordt gelegd bij de overheid. Maar waarom? “De overheid laat ons in de steek” De mensen zijn niet meegenomen in het proces, ze voelen zich te kort gedaan. Er wordt geen dialoog gevoerd met de man in de straat door de overheid. Er is niet gevraagd welke behoeften de mensen hebben op hun omgeving. Maar tegelijkertijd moet bij de bevolking ook het besef groeien dat ze dat zelf in de hand hebben!

Kansen voor vrijkomende agrarische erven

Inge Vleemingh, landschapsarchitect bij Alterra, ziet een toekomstige ontwikkeling voor akkerbouwgebieden vanuit de regelgeving uit Europa. De voorwaarden van Europese landbouwsubsidie verandert. Agrariërs krijgen te maken met het vereiste voor biodiversiteit door een deel van hun gronden in te richten als natuurgebied. Dit mogen agrariërs ook in gezamenlijkheid ontwikkelen. Agrariërs kunnen echter hier ook onderuit door andere gewassen te verbouwen. Maar dit zou wel kansen kunnen bieden voor bijvoorbeeld het bodemdalingsgebied.

Inge deelt ons ook in een studie die in Milaan is gedaan door studenten. Daarin werd een duidelijke link gelegd tussen stad en platteland. Tal van voorbeelden zijn bestudeerd waarbij zowel de stad en het platteland op duurzame wijze van elkaar kunnen profiteren.

De ontwikkeling van vrijkomende erven is er een die een serieus effect zal krijgen in het landelijk gebied. Alterra heeft in 2014 al een duidelijk beeld van die trend weergegeven. Maar zelfs op de ochtend van deze ateliersessie lezen wij in de krant dat de VNG de noodklok luidt. Elke 41 uur komt er een erf vrij in Overijssel.

Hoe ga je daarmee om? De ontwikkeling hangt nauw samen met de schaalvergroting in de landbouw. Zoals Miranda al vertelde, hebben sommige erven door hun ligging nog wel potentie. Maar de ontwikkeling is veel groter dan dat er markt is. Zeker in gebieden die niet gunstig gelegen zijn, zullen de erven in waarde verminderen.

Wat gebeurt er met deze erven? Wat kan je toelaten? De uitbreidingswens van schaalvergrotende agrariërs kan mogelijk gemaakt worden met als voorwaarde elders agrarische bebouwing te slopen. Je kan daarbij zelfs denken aan het geheel saneren van het erf en gebruiken als productiegrond.

Erven die geheel hun functie verliezen kunnen ook cultuurhistorisch nog steeds  interessant zijn door het laten staan van de karkassen van gebouwen. Zelfs metalen constructies kunnen interessant zijn. Zo kan met dit soort ruïnes het verhaal van het erf verteld worden en biedt het bovendien kansen voor kleine natuur als ecologische broedplaats.

Ook kunnen erven ingericht worden als energie-erven. Gezamenlijk in een groter netwerk van meerdere energie-erven kunnen deze een serieuze bijdrage leveren aan energieneutraliteit van een gebied. Een nieuwe opkomende ontwikkeling in de veehouderij is het telen van eendenkroos. Dit is een natuurlijk eiwitrijk product als voedsel voor de veehouderij.

Inge geeft nog mee dat het wel van belang is om te kiezen waar je sloop van erven toe staat en waar je bepaalde karakteristiek wilt behouden.

Wil je het landelijk gebied leefbaar houden, sta dan open voor de ondernemingskracht van het gebied zelf en maak de procedure voor bestemmingswijziging makkelijker.

Inge geeft ons nog twee interessante links mee met veel innovatieve ideeën van bewoners en bedrijven in het landelijk gebied:

http://www.uithetniets.nl/ en http://www.vandebron.nl/

Discussie

Blijft de agrarische functie de primaire basis voor het landelijk gebied? “De boeren zijn de kracht van de polders. Flevoland heeft met hen de mogelijkheid om verder door te ontwikkelen en de proeftuin van de wereld te worden”, zo valt te lezen in het verslag van het atelier over Gezond Voedsel. Zet daarbij niet in op bulk-productie maar op kennis en innovatie, aldus statenlid Wobbe Bouwma (CDA). Daarnaast is er de ontwikkeling van toenemend aantal vrijkomende agrarische erven. Multifunctionaliteit in het landelijk gebied is onontkoombaar. Daarnaast zijn de middelgrote agrarische bedrijven wel geïnteresseerd in verbreding en multifunctionaliteit.

In hoeverre heeft de overheid een rol in het versterken van de agrarische structuur? Is ruilverkaveling aan de orde? En wat gebeurt er als je daar verder niet op ingrijpt? Er zijn veel mogelijkheden voor mensen om zelf tot verandering te komen. Zeker als mensen of boeren zien dat ze meer kunnen verdienen door andere dingen te doen.

Bepaal de kwaliteit die moet worden behouden als het gaat om leefbaarheid in het buitengebied, zoals water, bereikbaarheid openbaar vervoer en internet, etc.

Het gevaar zit hem in het regelen. Mensen zullen zich daartegen afzetten. Maar dat komt omdat de dialoog niet wordt aangegaan. Je moet af van vooringenomen projecties. De rol van de overheid zit hem dan ook meer in het verbinden van mensen. Zeker bij de verweving van de functies. Heb aandacht voor activiteiten die zorgen voor ontmoeting. Het is een veel leukere rol om te stimuleren om nieuwe mogelijkheden te helpen ontsluiten en om te laten zien wat al kan. Er zit namelijk veel vitaliteit bij bewoners en ondernemers. Mensen zijn natuurlijk zelf bezig met hun eigen toekomst. Als overheid kan je als verbinder optreden. Wees daarbij niet bang om te falen, maar accepteer dat je daar ook weer van kan leren!

Presentaties

Reageren zonder in te loggen? Schrijf je reactie, vul je naam en e-mailadres in en vink ‘Ik reageer liever als gast’ aan.