AA Tekstgrootte
Visie op Flevoland

Groene Economie - verslag

11 april 2016

Dat de biobased kansen biedt op lange termijn lijkt evident, maar hoe ziet dat perspectief er nou echt uit? Krijgt de Biobased Economy al daadwerkelijk vorm en welke kansen liggen er voor Flevoland voor Biobased Economy? Over deze vragen ging Co Verdaas in de sessie Groene Economie in gesprek met Jacqueline Cramer, Erik van Seventer en Kees Kwant.

Think global, act local!

Jacqueline Cramer start de sessie met een helder verhaal over de kansen van de circulaire economie van Flevoland. Zij geeft aan dat het gaat om waardecreatie: Op het terrein van People; verhogen van het sociale rendement is goed voor de samenleving, Planet; een circulaire economie is beter voor het milieu, Profit; het kan bijdragen aan het brede welvaartsbegrip. We gaan al steeds meer van lineair (uit de grond halen – gebruiken – weg) naar circulair (met hoogwaardig hergebruik) maar we zijn nog lang niet waar we willen zijn. Niet vernieuwbare stoffen zijn metalen en steenkool. Wel vernieuwbare stoffen zijn gewassen die opnieuw verbouwd kunnen worden. Deze vernieuwbare producten kunnen bijvoorbeeld grondstoffen vormen voor de chemie, farmacie en energieproductie.

De circulaire economie kan ook financiële baten opleveren. Dit is onder andere aangetoond door de MacArthur Foundation. De circulaire economie brengt voorzieningszekerheid met zich mee. Hiermee worden we onafhankelijk van landen buiten Europa waar we niet afhankelijk van willen zijn. Ook indirect zijn er effecten van een circulaire economie, er wordt nieuwe kennis ontwikkeld en de milieudruk wordt verlaagd.

Cramer benoemt enkele belemmeringen voor verandering, bijvoorbeeld juridisch; wetgeving die de ontwikkeling van de circulaire economie hindert, maar ook gedragsmatig; het is moeilijk om ingesleten gewoonten te veranderen. Van de belemmeringen gaat Cramer snel over op de kansen, dit doet zij met een energie die hierbij hoort. Een belangrijk inzicht dat ze meegeeft is ‘Think global, act local’. DENK aan de bijdragen die je kan doen aan de wereldwijde opgaven, maar DOE het op lokale schaal. We hebben elkaar nodig voor het opschalen van de energietransitie. Bijvoorbeeld voor het opvangen van warmte van bedrijven, om hier dan weer woningen mee te verwarmen. Voor het sluiten van grondstofstromen zullen producten en diensten moeten worden herontworpen.

Cramer geeft hierbij een voorbeeld van een matrassenrecyclebedrijf. Dit kan meer optimaal gebeuren, wanneer de matrassen in eerste instantie al met de gedachte van recycling worden ontworpen. Als kans voor Flevoland ziet zij, hoger op de duurzaamheidsladder, het herontwerpen van producten en bio based produceren van producten. Er is potentie voor het produceren van biobased producten uit bamboe, hennep en bermgras. De potentie is er, de vraag is of er ook een businesscase van te maken is. Dit geldt ook voor micro-algen kweek.

En, lager op de duurzaamheidsladder, het verwaarden van reststromen, afvalstroom hoogwaardig in de kringloop brengen. Milieustraten kunnen worden omgebouwd tot circulair platform. Almere neemt al stappen in deze richting. De milieustraat als levendige omgeving voor nieuwe bedrijfjes, voor het goed en hoogwaardig vermaken van producten.

'Er is samenwerking nodig tussen regio’s', zegt Cramer. 'Om de afvalstromen op een goede manier te kunnen verwerken en hier ook een afzetmarkt voor te realiseren.' Waar past welk recyclebedrijf voor een specifieke grondstof? Bijvoorbeeld in het Westelijk Havengebied van Amsterdam wordt ingezet op recycling van metaal en pastic. Om dit succesvol te laten zijn, moet alle plastic uit de regio naar dit bedrijf worden gebracht. Om een beweging in gang te zetten, zijn er initiatoren nodig. Deze initiatoren moeten het vertrouwen hebben van de verschillende partijen, echte trekkers en verbinders zijn en geen eigen belang hebben. Er is samenwerking nodig binnen de kringloopketen en er zijn nieuwe financiële arrangementen nodig.

Gewoon regelen

Na Jacqueline Cramer is het woord aan Erik van Seventer, van Wageningen UR. Hij houdt zich bezig met Food & Biobased Research. Hierbij wordt er samengewerkt met bedrijven en met de universiteiten worden pilots uitgevoerd. Van Seventer start zijn verhaal met te zeggen dat biomassa bestaat uit alle gegroeide spullen. Vanuit deze gewassen kan je producten maken, zoals plastic uit zeewier of maïs. Of bakjes voor tomaten vanuit de stengels en bladeren van diezelfde tomatenplanten.

'De natuur is circulair', zegt Van Seventer. 'CO2 wordt vastgelegd in planten/bomen, maar in de porcessen die wij voeren, is CO2 een afvalproduct zonder functionaliteit. Er wordt gewerkt aan artificiële fotosynthese, maar zo ver zijn we nog niet.' Circulaire economie; dat moeten we nu gewoon gaan regelen, stelt Van Seventer. Fossiele grondstoffen moeten we in de grond laten zitten, fosfaten moeten we dicht bij de bron terughalen (bijvoorbeeld uit ontlasting) en biomassa kunnen we gebruiken. Hiervoor is veel minder warmte nodig dan voor aardolie. Waardoor je eerder een businesscase hebt. Van Seventer doorspekt zijn verhaal met voorbeelden van wat mogelijk is. Bijvoorbeeld met bioplastics en biorefinery waarin van tarwe ethanol kan worden gemaakt en nieuwe chemicaliën zoals FDA waar dan weer PET-flesjes, of liever gezegd PEF-flesjes, van kunnen worden gemaakt.

We moeten wel goed nadenken over de vraag wanneer iets nou echt duurzaam en efficiënt is. Overheid, bedrijfsleven en onderzoek vormen hierin samen een gouden driehoek om samen deze vraag te kunnen beantwoorden. Van Seventer sluit zijn verhaal af met de opmerking dat we ons moeten realiseren dat we een knooppunt zijn in een netwerk. Zorg dat je adaptief bent en aanpassingen mogelijk zijn. Er zijn grote stromen nodig van producten. Daarnaast moet je de menselijke, zakelijke en juridische kant goed beleggen. En natuurlijk zijn er opleidingen en onderzoeken nodig om mogelijkheden binnen de circulaire economie verder te ontwikkelen.

Green deals

Tenslotte geeft Kees Kwant van de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland zijn visie op het thema Groene Economie. Hij schetst het wereldwijde perspectief: 'Grondstoffen zijn in hoeveelheid gehalveerd, er is minder beschikbaar. Er is dus verandering nodig. Dit is van belang voor voedselzekerheid, duurzaamheid en in het kader van de klimaatverandering.'

Van inefficiënt gebruik, bijvoorbeeld het verbranden van gas voor het koken, moeten we toe naar efficiënt gebruik. Duurzaam produceren en zo hoogwaardig mogelijk gebruiken. Hiervoor zijn innovaties nodig en samenwerkingen tussen sectoren, regio’s en landen. En niet in de laatste plaats is er een markt nodig. En voor die markt is het best lastig, want wat is nu precies duurzaam inkopen? Ga je dan uit van biobased, biodegradable of sustainable? Producten zouden moeten worden gelabeld, zodat de consument weet wat hij koopt.

Om te kunnen voldoen aan de afspraak in het Energieakkoord zullen we 1,5% energie moeten besparen, zijn lokale initiatieven nodig en is een SMART GRID nodig. Flevoland is een voorbeeld waar het gaat om windenergie, maar er is nog meer nodig, zonne-energie moet vertienvoudigen en biomassa moet verdubbelen. Er zijn green deals nodig als instrument om zaken in beweging te krijgen. En, zoals de vorige spreker ook aangaf, er moet blijvend onderzoek worden gedaan naar nieuwe mogelijkheden.

Concluderend geeft Kwant aan dat de lokale biobased economy een kans is. De oppervlakte en de aanwezigheid van een sterke agrosector binnen Flevoland bieden ook kansen. Door samenwerking tussen sectoren zullen nieuwe mogelijkheden ontstaan.

Learning by doing

Na een korte pauze leidt Co het rondetafelgesprek. Op de vraag welke rol de provincie zou moeten spelen in de transitie naar een circulaire economie, geeft Cramer een helder antwoord:

  • De provincie heeft een taak op het gebied van ruimtelijk economisch beleid. Hierin moet je vastleggen welke ambitie je hebt als provincie. Daarnaast zal je hiermee reuring moeten creëren.
  • De overheid speelt een rol in het onderzoeken van de mogelijkheden rondom clusters van innovatie en marktpartijen.
  • Inventariseren van kansen. Er is voorwerk nodig voor je de markt op kan, maar als je zorgt dat er een businesscase is, dan wil de markt het oppakken. En dan moet je de bedrijven ook zelf de mogelijkheden laten uitzoeken.
  • Inkoopbeleid. Het is nodig om vraag naar producten te creëren. Een toenemende meeropbrengst moet je halen uit een grotere vraag.

Van Seventer geeft hierbij nog aan dat het gaat om learning by doing. Dus ga het gewoon doen. Maar kijk hierbij wel naar voorbeelden. Is iets al eens gedaan? Hoe kan ik dan de kinderziekten ontwijken die er eerder waren. Ook Kwant geeft aan dat de provincie het voortouw kan nemen in het creëren van een markt.

Co vraagt of de agrarische sector moet inzetten op het benutten van kwaliteit en zoveel mogelijk intensiveren. Kwant stemt hiermee in. Haal zoveel mogelijk uit een hectare. Van Seventer geeft aan dat beter kan worden gezocht naar het toevoegen van een waarde aan de grondstoffen. Gebruik niet alleen de tomaat, maar ook de rest van de plant. Vanuit het publiek wordt gewezen op de dure grond in de polder. Dit vraagt om een hoge toegevoegde waarde.

Co vraagt aan Cramer of binnen de Metropool Regio Amsterdam op dit onderwerp een sfeer heerst van “dit doen we gewoon”. Cramer geeft aan dat zaken tijd nodig hebben, bijvoorbeeld het maken van protocollen met inkopers. Er wordt met name gewerkt om een beweging op gang te krijgen. Van Seventer geeft aansluitend hierop aan dat er mensen nodig zijn die deze transitie oppakken. Deze mensen moeten energie meebrengen en een beweging in gang zetten.

In het publiek wordt gevraagd of het de rol van de overheid is om te wachten tot de meest hoogwaardige toepassing mogelijk is. De tafelgasten zijn hier duidelijk over. Wat je doet, op welke schaal, dat is een keuze van de politiek. Maar we moeten aan de slag. De circulaire economie is een blijvertje, een opgave die niet meer van de agenda verdwijnt.

Conclusies:

  • Er is een transitie nodig.
  • We hebben elkaar nodig. Samenwerking tussen sectoren en (regionale) overheden zijn nodig.
  • Naar andere economische modellen/nieuwe macro economische modellen.
  • Maak er een businesscase van.
  • Creëer een markt.
  • Think global, act local.
  • Blijf onderzoek doen naar nieuwe mogelijkheden.
  • Gewoon doen.

Tip websites:
www.biobasedeconomy.nl
www.stadszaken.nl/circulair/recycling/hoogwaardige-recyclingin-de-mra

Een leuk voorbeeld van een Nederlands idee:

Presentaties:

  • foto sessie
  • Foto sessie 2
  • Foto sessie 3
  • Foto sessie 4

Reageren zonder in te loggen? Schrijf je reactie, vul je naam en e-mailadres in en vink ‘Ik reageer liever als gast’ aan.