AA Tekstgrootte
Visie op Flevoland

Flevoland onder de demografische loep

22 februari 2016

Op 11 februari werd er een Ateliersessie georganiseerd voor beleidsmedewerkers statistiek en woningbouw van alle gemeenten, het waterschap Zuiderzeeland en de provincie Flevoland. Tijdens deze Ateliersessie gaf het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) een presentatie over de scenariostudie Welvaart en Leefomgeving en regionale bevolkingsprognoses.

Presentatie

Jan Ritsema en Andries de Jong van het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) gaven een presentatie over de Welvaart en Leefomgeving scenario’s (WLO scenario’s) en regionale bevolkingsprognoses. 


Hierop is gereflecteerd door Wil van Woerkom van de provincie Flevoland.

De WLO scenario’s geven enkel gegevens op Flevolands niveau (corop gebieden). De regionale prognoses die het PBL samen met het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) maakt, geven een beeld op gemeentelijk niveau.

Samenvatting

  1. Er wordt grote waarde gehecht aan vooruitberekeningen en prognoses. De huidige WLO-scenario’s zijn echter ‘rustige scenario’s’. Er zullen evenwel trendbreuken optreden. Essentieel is om mogelijke trendbreuken te onderkennen en aan te geven hoe daarmee om te gaan. Er is sprake van onzekerheden op het vlak van de demografische ontwikkelingen. Dit betekent dat het met betrekking tot Flevoland verschillende kanten op kan gaan. Het omgaan met onzekerheden is dan een belangrijk vraagstuk en een grote uitdaging;  
  2. Er zijn op de schaal van Flevoland als geheel verschillen in groei en krimp op het vlak van de bevolkingsontwikkeling. In een grove pennenstreek is er sprake van groei tot stabilisatie/afname van de bevolking van zuidwest naar noordoost, waarbij Urk natuurlijk wel een uitzondering is met een jaarlijkse groei van 1%  à 1,5%. Wanneer dit als het macroniveau wordt beschouwd, dan moet gelijktijdig ook worden geconstateerd dat er op microniveau ook sprake is van groei en krimp. Een voorbeeld is Almere, waar binnen de stad verschijnselen van krimp naast groei kunnen plaatsvinden. Dus er kunnen zich in Almere krimpverschijnselen voordoen die wellicht tot vraagstukken leiden waarmee de Noordoostpolder ook wordt geconfronteerd;
  3. Er moet onderkend worden dat er een ruimtelijke diversiteit is in dynamiek. M.a.w. vanuit demografie zijn er verschillende perspectieven die bepaald worden door verschillen in positionering van gebieden (het krachtenveld waarin de Noordoostpolder verkeert in relatie tot zijn ruimere omgeving is anders dan van Almere), binnenlandse migratie en buitenlandse migratie;
  4. Bovenstaande inzichten zijn niet alleen van invloed op stad en dorp. Ook moet het buitengebied in bovenstaande beschouwingen worden meegenomen. Het buitengebied mag niet worden onderbelicht. Immers er kunnen zich daar ontwikkelingen voordoen die van grote invloed zijn op de leefbaarheid en het landschap;
  5. Op het vlak van de woningbouw ligt er een uitdaging. Als gevolg van de bestaande voorraad (en toevoeging) kan er op termijn een overschot aan ‘1-gezinswoningen’ gaan voordoen. Er kan nu vraag zijn naar 1-gezinswoningen, maar de toekomstige vraag kan veranderen door een toename aan 1-persoonshuishoudens (alleenstaanden gaan eens bewegen op de woningmarkt). De vraag naar type woning nu kan een andere zijn dan in de toekomst. Hoe hier mee om te gaan is een vraagstuk. Een vraagstuk dat zich dan vooral zal richten op de bestaande voorraad, m.a.w. een transformatievraagstuk;
  6. Voorgaande ontwikkelingen worden sterk beïnvloed door de mate van economisch groei. Dat is mede een bepalende factor! Wat in dit verband ook speelt is de toekomstige structuur van de economie en welke arbeidsvraag hieruit voortvloeit. In het bijzonder is dan de positie van middelbaar opgeleiden aan de orde. Treedt er een verdergaande polarisatie op met een verminderde vraag naar deze categorie of niet. Wat er ook gebeurt, het heeft in ieder geval een belangrijke ruimtelijke impact.
  7. Een vraag die dan ook naar voren treedt is: Beweegt Flevoland zich in haar ontwikkeling naar het Nederlandse gemiddelde of blijft zij een ‘speciaal geval’!

Gesprekshoofdlijnen

De concentratie naar steden zet naar verwachting wel door tot 2030, daarna vlakt dat af. In het hoog conjunctuur scenario is er sterke groei in de noordvleugel van de randstad te verwachten. In het laag conjunctuur scenario zijn de verschillen veel kleiner. De Noordoostpolder geeft voor de lange termijn een lichte krimp (2,5-10%), andere gemeenten lijken stabiel en voor Almere verwacht men verdere groei. De belangrijke thema’s voor de lange termijn zijn: het naast elkaar bestaan van groei, stabilisatie en krimp, de vergrijzing van de Flevolanders en de verdunning van de huishoudensomvang.

Er wordt doorgaans flinke waarde toegekend aan prognoses, maar er zullen ook zeker trendbreuken (macro-economisch en technologische doorbraken) plaatsvinden. Welke dit zijn, wanneer ze zich voordoen en welk effect ze hebben is niet voorspelbaar. Het kan meerdere kanten op bewegen. Daarom is het raadzaam om een ontwikkelkoers te formuleren die een antwoord biedt op diverse demografische scenario’s en breekt met de aanbod gestuurde benadering van de woningmarkt zoals tot op heden gangbaar was. 

Door technologische ontwikkeling is nabijheid van voorzieningen minder belangrijk. Hoe gaat die trend zich dan ontwikkelen? Gaat er dan meer spreiding plaatsvinden dat mensen liever meer ruimer, groener willen gaan wonen?

Diversiteit

Binnen Flevoland is er een grote ruimtelijke verscheidenheid aan invloedsferen. Lelystad heeft een eigen dynamiek, evenals Urk. Almere in de Metropoolregio Amsterdam, Zeewolde met Amersfoort en Harderwijk (Gelderland) en Dronten en Noordoostpolder met regio Zwolle. Deze verscheidenheid aan dynamiek moet onderkend worden. Het is van belang om de krachtenvelden zoals naar Zwolle ook goed in beeld te brengen.

Demografie gaat vaak over de grote getallen, dus berekeningen gaan over de steden. Daar zijn vaak de pijlen op gericht. Daardoor dreigt een onderbelichting van het landelijk gebied. Immers, er kunnen zich daar ontwikkelingen voordoen die van grote invloed zijn op de leefbaarheid en de ruimtelijke structuur.

Levensloop perspectief

Het levensloopperspectief is heel bepalend: hoe richten mensen hun leven in. Is eengezinswoning toch wel iets waar nieuwe jongeren behoefte aan gaan hebben? Of kiezen ze een drukke stad en het hippe leven.

Jongeren

Er is al lange tijd een grote toestroom van jongeren naar de stad. In het verleden stroomde deze groep daarna door naar groeikernen. Maar de laatste jaren werd er niet veel meer gebouwd in die groeikernen. Met name Almere is in de eerste jaren na 2012 de groei minder groot geweest. Jonge gezinnen/huishoudens zijn in de stad gebleven. Het is de vraag, nu de woningmarkt weer aantrekt, of deze mensen weer naar groeikernen doorverhuizen.

Vergrijzing

Vergrijzing is vrij zeker, ook voor Flevoland is er een sterke toename van de vergrijzing. Nu is het aandeel 65+ extreem laag t.o.v. Nederland, maar dat verschil wordt kleiner, dus die groep groeit vrij snel. Flevoland gaat steeds meer op een gemiddelde Nederlandse provincie lijken. Op ieder schaalniveau is sprake van vergrijzing en daarmee een veranderde samenstelling van wijken, steden en dorpen.

Verhuisbewegingen van ouderen worden minder eenduidig. Een hard moment van stoppen met werken is er niet meer, dus het verhuismoment is niet meer zo herkenbaar aan het worden. Ook blijven ze langer zelfstandig wonen. Ouderen in Flevoland hebben altijd gezegd: "Zolang ik hier werk woon ik hier, maar later ga ik weer terug waar ik vandaan komt." Die behoefte lijkt echter af te zwakken, want ze voelen zich wel steeds meer gebonden aan Flevoland.

Beroepsbevolking

De groei van de beroepsbevolking blijft zelfs doorgaan in Flevoland bij het lage scenario. Dat komt doordat er een link is met de duidelijke groei van de bevolking, waardoor er sprake is van volgende werkgelegenheid (zoals kappers etc.).

Demografische ontwikkelingen hebben een sterke relatie met de banenmarkt. Almere heeft een midden opgeleide bevolking. Door technologische ontwikkelingen is de verwachting dat op termijn de banenmarkt voor de midden opgeleide mensen afneemt. Gelijkblijvend zijn de laag opgeleiden en toenemend de hoogopgeleiden. Belangrijke vraag is, hoe gaan we dat ruimtelijk terug zien? Zelfs in wijken in Almere heb je ook krimpgebieden.

Buitenlandse migranten

Er zijn 3 stromen benoemd die van invloed zijn op de Flevolandse bevolking. De eerste stroom betreffende expats die veelal werken in Amsterdam en met name in Almere een woning vinden. De omvang van deze groep is niet geduid. De tweede groep is vooral afkomstig uit Centraal Europa, Polen in het bijzonder. Deze groep zien we terug in het landelijk gebied, steden, tijdelijke huisvesting en tussen de andere Flevolanders. Aantallen konden tijdens de sessie niet benoemd worden. De derde en op dit moment meest actuele groep zijn de asielzoekers. Wat opvalt is dat een groot deel van de vluchtelingen dat in Flevoland wordt opgevangen uiteindelijk verhuizen naar plekken in de Randstad waar mensen met een vergelijkbare culturele achtergrond wonen. Welk deel zich blijvend in Flevoland vestigt kon niet worden geduid.

Transformaties op de woningmarkt

Vergeleken met Nederland heeft Flevoland de sterkste huishoudingsverdunning, dit laat zich logisch verklaren doordat Flevoland op dit moment relatief veel grote huishoudens (gezinnen) heeft. Het gevolg hiervan is dat de vraag naar betaalbare compacte woningen voor kleine huishoudens fors zal toenemen; een segment waar in Flevoland traditioneel weinig voor ontwikkeld is.

Almere heeft heel veel gezinswoningen, ook elders in Flevoland zijn er veel gezinswoningen, op termijn zal een overschot aan ‘1-gezinswoningen’ gaan voordoen. Er kan nu vraag zijn naar 1-gezinswoningen, maar de toekomstige vraag kan veranderen door een toename aan 1-persoonshuishoudens (alleenstaanden gaan eens bewegen op de woningmarkt).

Ouderen blijven lager wonen in gezinswoningen, met woningaanpassingen zelfs tot moment van overlijden. Deze type woningen komen dus op termijn vrij en samen met de bouw van gezinswoningen, waar op kortere termijn nog wel veel vraag naar blijft, zorgt dat voor de langere termijn voor een eenzijdige woningbouw die niet matchen met de dan bestaande vraag op de woningmarkt. Hoe gaan we hier als regio mee om?

Reageren zonder in te loggen? Schrijf je reactie, vul je naam en e-mailadres in en vink ‘Ik reageer liever als gast’ aan.