AA Tekstgrootte
Visie op Flevoland

Elimineer de Burger!

3 maart 2016

Hein Pieper opent zijn presentatie met de vraag “Bestuur en samenleving, wie vertrouwt wie?”. Er is iets grondig mis met de wijze waarop wij met elkaar omgaan. Volgens de regeltjes doen we het goed, maar de burger begrijpt het niet (let u hier goed op het gebruik van het woord burger, dit begrip zal in de presentatie van Ferenc van Damme worden geëlimineerd, red.).

Verwezen wordt naar een voorbeeld waarin een zorgvuldig ingepakte onderzoeker, toen asbest was ontdekt in woningen in de wijk Kanaleneiland in Utrecht, een brief overhandigt aan een bezorgde bewoner. In de brief staat ‘maakt u zich geen zorgen, wij hebben alles onder controle’.

Ook het zogenaamde “potvisprotocol” is een uitspatting van te veel regeldrang. Natuurlijk zien we dit soort gedrag niet alleen bij overheden, maar bijvoorbeeld ook bij andere instituties zoals banken. Banken hebben hun reglement zo dichtgetimmerd dat een lening moet worden verleend wanneer aan de regels wordt voldaan en er geen ruimte meer is voor het menselijke aspect bij de afweging onder het mom ‘heb ik het gevoel dat deze lening in goede handen is bij deze mensen’.

De centrale en belangrijkste vraag is volgens Hein Pieper ‘waartoe zijn wij op aarde?’. Door onszelf deze vraag te stellen en hier daadwerkelijk bij stil te staan, kunnen we bijvoorbeeld voorkomen dat banken opnieuw worden opgebouwd met verkeerde producten.

Wanneer wij ons deze vraag stellen, dan hebben wij de komende periode te maken met enkele ontwikkelingen. Het vertrouwen in vele instituties die zijn geworteld in de 19e eeuw is aan het verdwijnen. De kans is bijvoorbeeld groot dat bestaande politieke partijen verdwijnen, maar de idealen blijven bestaan. Werk is vloeibaar geworden, de zorgvuldig opgebouwde instituties voldoen niet meer. We leven als losse deeltjes langs elkaar heen, zoals ook Houellebecq in zijn boek ‘Elementaire Deeltjes’ goed weet te verwoorden. Daar staat tegenover dat een voorspeller van de crisis- en internetbubbel (Nassim Nicholas Taleb; ‘De Zwarte Zwaan’) juist aangeeft dat we lemmingen zijn en elkaar allemaal volgen. We leven in Borderline Times (boek van Dirk de Wachter).

Politiek en bestuurders zien voor een deel de werkelijkheid niet meer. Zij moeten op ontdekkingstocht gaan naar wat de echte vragen zijn. Mensen zien niet geld als belangrijkste motivatie, maar de diepere motivatie ligt in het iets kunnen betekenen voor een ander. Hier weer de vraag, waartoe zijn wij op aarde?

Door met elkaar verbonden te blijven, kunnen we vooruit. In het bedrijfsleven doet IBM dit bijvoorbeeld door professionals bij elkaar te zetten en met elkaar te laten denken over nieuwe ontwikkelingen. De uitkomsten hiervan worden gedeeld en zijn ook voor anderen weer bruikbaar.

Met elkaar verbonden blijven: Nederland is geen BV, maar een samenleving. In een lerende organisatie kunnen fouten worden benoemd. Het erkennen van die fouten is al een groot deel van de oplossing. Niet: we doen de dingen goed, maar we doen de goede dingen!

Pieper pleit ervoor om het goede te benoemen en te bevorderen. Bijvoorbeeld door het inzetten van De ondernemende staat. De overheid pompt geld in onderzoeken, dit wordt opgepakt door het bedrijfsleven. Maar laat dat bedrijfsleven hier dan ook iets voor terugdoen. Het gaat over regeren vanuit de zeven deugden. De waarden zijn belangrijker dan de output. Ook voor de samenleving geldt dat er vanuit een andere geest een ander gevoel opgewekt kan worden.

Ferenc Van Damme geeft vooraf wat waarschuwingen mee; hij heeft de oplossing niet, de feiten en de cijfers zijn van anderen (don’t shoot the messenger) en hij kan scherp uit de hoek komen. Hij opent zijn betoog met “Elimineer de Burger!”. De Burger bestaat namelijk niet. Het gaat over de klant, of de Flevolander of …? Door de term ‘burger’ te gebruiken, schiet je met hagel, maar je raakt niemand. En dit geldt ook voor ‘de overheid’.

Net zoals de wijze waarop je de inwoners aanspreekt. Dat moet je aanpassen aan de personen die je tegenover je hebt. De “Herijking van de OV-tactiek” moet je in het Haagse buurtcafé waar Ferenc Van Damme graag komt, vertalen naar “ze gaan buslijnen schrappen”.

We hebben te maken met een verandering van tijdperk, maar liefde is de kern van de revolutie (Van Damme verwijst hierbij naar Brand Revolution). En hij verwijst naar Rotmans ‘we zitten in een transitie waarbij we vooruit gaan naar vroeger en de menselijke waarden terugvinden.’

Veranderingen ziet Van Damme op technologisch gebied. Dit is van invloed op ons menszijn en op de samenleving en hoe wij die inrichten. De kinderen die nu opgroeien, worden andere mensen dan wij. Ze zullen fundamenteel anders denken over hun rol en positie.

We gaan naar andere financiële modellen, denk aan crowdfunding, waarbij de gebruiker van de dienst meer gaan meedenken en meer zijn eigen product bepalen. Dit zie je bijvoorbeeld in de opkomst van diensten als Netflix. Iedereen is zijn eigen zendgemachtigde aan het worden. Maar ook in diensten als snapchat en Uber, die oplossingen kunnen gaan vormen voor het mobiliteitsvraagstuk.

Te vaak komt voor dat de afdeling Communicatie achteraf draagvlak moet zoeken voor democratisch geformuleerd beleid. En Van Damme krijgt ook kriebels bij de term ‘wegzetten van geld’.

Wanneer het gaat over democratisch geneuzel, dan zegt dat niet iets over die mensen, maar over ons product als overheid. Daarom zal je moeten nadenken: wat willen we van en met de mensen. En de rollen van de verschillende partijen moeten matchen. Wanneer je zegt ‘gij zult participeren’, dan worden de mensen in de rol van toeschouwer geduwd, ze zullen dan niet actief aan de slag gaan. Ze kunnen zelfs volledig afhaken.

To manage, wanneer je dit vertaalt dan betekent dit ‘beheersen’. Dit staat haaks op ‘laat maar gebeuren’. En toch ligt dit woord besloten in veel functies en processen waar we mee te maken hebben. Om tot een verandering te komen, zijn stappen nodig. Van Damme citeert Gandhi:

Alles wat je voor mij doet
Maar niet met mij
Doe je tegen mij

Een voorbeeld is de participatieladder die wordt gehanteerd in de provincie Overijssel. Het geeft een soort kader. Maar het adagium is vooral experimenteren.

De Overheid moet een Onderheid worden, pleit Van Damme, maar moet wel meehelpen met denken. Hoe kan je een onderwerp opnieuw geboren laten worden? De ideeën die je hebt, kan je laten landen in de verschillende bevolkingssoorten. Er zijn vier burgerschapsstijlen te onderscheiden. Welke burgerschapsstijlen er zijn zegt dus iets over je gebied en iedere stijl vraagt om een andere benadering.

Van Damme haalt het onderzoek aan van de Raad voor het Openbaar Bestuur van december 2012 ‘Loslaten in vertrouwen’ met in zijn eigen woorden: het moet verdomd snel heel anders.

Gelukkig verzorgt Van Damme een nazorgpakket, net als de link naar de test om je eigen burgerschapsstijl te ontdekken (onderaan dit artikel te raadplegen).

In het rondetafelgesprek wordt ingegaan op de vraag hoe we tot een verandering kunnen komen. Het volgende wordt gezegd. Koffiedrinken, als metafoor. Ga met mensen praten. Eigenaarschap is belangrijk. Mensen serieus nemen. Bereid zijn om mensen jouw onderwerp op andere wijze te laten benoemen.Terug naar de basis. Wat je weet, vertalen naar wat je doet. Wat is ervoor nodig? Moed, lef, eerlijkheid, waarden gedreven werken, durf, de vraag achter de vraag ontdekken.

Welke lessen trekken we uit de vraag hoe het zover is gekomen? Angst in de maatschappij. Het systeem werkt niet. We werken met regels van de oude wereld en zijn nu een nieuwe wereld aan het uitvinden. Ook in opleidingen wordt aandacht besteed aan dingen die wellicht niet passen bij de nieuwe wereld. Er wordt getoetst op de verkeerde dingen. We zijn kwijt waar we zelf voor staan.

Waar beweegt het zich nou heen? Volgens Pieper schiet het door naar het instrumentele en rationele. De ontwikkelingen komen en de ‘gelovigen’ zullen deze volgen. De disconnectie blijft bestaan. Aangaan van het fundamentele gesprek is nodig, op kleine schaal en in kleine groepen. Met de vraag ‘wat wil je graag?’.

Volgens Van Damme krijg je binnen het systeem andere verbindingen. Universele waarden zoals sport, muziek, cultuur, gebeurtenissen (9/11) kunnen voor deze verbindingen zorgen. Positief organiseren is nodig. De waarde voor de overheid over twintig jaar zijn geen andere waarden, maar een andere wijze van werken. Het is nodig om te organiseren buiten de organisatie, zoals dit Atelier.

Tenslotte geven de sprekers hun einduitspraak mee.

Van Damme doet een oproep om te experimenteren (en doet daar zelf graag aan mee). Waar gaat het naartoe? Niet in je eentje het wiel uitvinden.
Pieper geeft antwoord vanuit zijn achtergrond als theoloog. Alle rationele systemen voor God werken niet. Daarom zullen we altijd vrijheid blijven zoeken. Vakmanschap is hierin belangrijk: blijf goed lezen en duiden in het gesprek over wat er wel staat en wat er niet staat. Pieper noemt dit het hermeneutisch vermogen.

Aandachtspunten voor het vervolg zijn:

  • Zorg er voor dat er weer eigenaarschap ontstaat, gebaseerd op vertrouwen in mensen. Houdt daarbij rekening met het gegeven dat er veel mensen zijn die zijn afgehaakt en geen vertrouwen meer hebben in de instituties.
  • Een belangrijke boodschap die uit de sessie sprak was dan ook ga niet ‘óp je handen zitten’ wat betreft participatie, maar ga vooral experimenteren en leer van de wereld om je heen.
  • Hoe nemen we rekenschap van de participatieladder (voorbeeld zoals die door de provincie Overijssel is vastgesteld)? Kan het binnen Flevoland in letter en geest een hulpmiddel zijn om participatie vorm te geven?
  • Wees daarbij volstrekt helder en motiveer in welk geval je welke stap op de participatieladder wilt maken.

Nazorgpakket van Ference van Damme:

Presentatie Hein Pieper:

Reageren zonder in te loggen? Schrijf je reactie, vul je naam en e-mailadres in en vink ‘Ik reageer liever als gast’ aan.