AA Tekstgrootte
Visie op Flevoland

Aan de slag!

12 april 2016

Er is een energietransitie nodig. Om te kunnen voldoen aan de afspraken zoals we die in Parijs hebben gemaakt, moeten we hard aan het werk. Die urgentie werd in de sessie Energizing Flevoland nogmaals benadrukt door de sprekers.

Energieakkoord

Teun Bokhoven start zijn verhaal. Er zijn centrale opgaven, maar deze zullen we voor een groot deel decentraal moeten oplossen. Van centrale productie van energie en decentraal gebruik, gaan we steeds meer naar tussenvormen waarbij ook energie wordt toegevoegd aan het netwerk. Via de windmolens op het hoogspanningsnet en via zonnecollectoren op het laagspanningsnet. Er is opslag nodig, veel opslag. Om teveel geproduceerde energie op te slaan, want we kunnen deze extra energie niet vermarkten. Er zijn SMART GRIDS nodig. Hierbij heb je veel partijen nodig. We staan dan ook aan de vooravond van een grote verandering.

Als je kijkt naar de cijfers, dan staat Nederland achteraan in het rijtje. Alleen Malta en Luxemburg laten we achter ons. Maar het goede nieuws is dat we in de periode van 2013-2014 een van de grootste steigers waren. Dit wordt voor een deel verklaard door het Energieakkoord, dat een eind maakte aan inconsistent beleid. 16% duurzaam in 2023 is de afspraak. Dit is een uitdagend pad dat in korte tijd een enorme versnelling betekent. Bokhoven spreekt daarom ook van een halfvol glas; er is een trendbreuk zichtbaar! We hebben duidelijke doelen, er wordt aan gewerkt en er ontstaat economische activiteit.

De kracht van het Energieakoord is dat dit een akkoord is van verschillende partijen. Een bottom-up akkoord, een akkoord zonder politiek. Natuurlijk is de minister geraadpleegd, maar de Tweede Kamer werd met het akkoord voor een voldongen feit gezet. Op nationaal niveau heeft dit in ieder geval in gang gezet dat wettelijke belemmeringen zijn of worden weggenomen.

Vier je successen

Op regionaal niveau zijn er initiatieven en projecten, maar juist op dit niveau blijkt de ruimtelijke impact van de projecten. Bokhoven noemt het voorbeeld van het zonnepark op Ameland. Een prachtig resultaat, maar in de media richt de aandacht zich op de vogel die hierin niet meer kan broeden. 'Een gemiste kans', vindt Bokhoven, 'vier je successen!'

Creëer een snelweg en maak snelheid

Bokhoven pleit voor het maken van warmte- en energiebestemmingsplannen. Dit is nodig om lokale en regionale oplossingen te vinden. Dit geeft bedrijven meer inzicht en hier kunnen investeringen op worden afgestemd. Een dergelijk plan moet inzicht geven over waar bijvoorbeeld warmte beschikbaar is. Onderliggende vraag voor zo’n plan moet zijn wat de optimale energiebestemming van een gebied is. Het moet gaan over opwekvermogen en bijbehorende infrastructuur. Uiteraard moet je ook eenduidigheid hebben over de ambities die je nastreeft. Omdat het hier gaat om gezamenlijke belangen, is integrale regionale aandacht nodig. We moeten uitgaan van no-regret investeringen.

Bokhoven geeft aan dat ook op het niveau van wetgeving wijzigingen nodig zijn. Is het bijvoorbeeld niet eens tijd om de aansluitingsplicht van aardgas om te zetten naar een afsluitingrecht? Iets om over na te denken. Kortom, sluit Bokhoven zijn verhaal af, er zijn nu nog roadblocks, maar we moeten een snelweg creëren om afstanden en snelheid te kunnen maken.

Tijd voor transitie

Na Teun Bokhoven neemt Diederik Dicou van De Nederlandsche Bank het woord. De Nederlandsche Bank (DNB) heeft zich de vraag gesteld wat de in Parijs afgesproken internationale doelen betekenen voor de Nederlandse economie. Dit heeft geresulteerd in het rapport ‘Tijd voor transitie – een verkenning van de overgang naar een klimaatneutrale economie’. Dicou licht toe: 'Er is een radicale transitie naar een CO2-neutrale economie nodig!' Met deze heldere oproep begint zijn verhaal. De economie groeit, maar in Nederland blijft het energiegebruik op hetzelfde niveau. Dit is een mooie prestatie. De hoeveelheid CO2 die daarbij vrijkomt, groeit echter wel. En CO2 verdwijnt niet zomaar, dat blijft bestaan. Willen we de opwarming van de aarde remmen, dan moeten we naar 0 uitstoot. We hebben al wat maatregelen genomen, maar dat is niets vergeleken bij wat we nog zullen moeten doen!

Economische groei is bij uitstek energie-intensief. Wanneer we niet willen uitgaan van het scenario van ‘wij blijven rijk, jullie blijven arm’, dan moeten we iets doen.

Slecht nieuws

Dicou heeft slecht nieuws. De uitgangspositie van Nederland is niet goed. De oorzaak hiervan is de sectorstructuur in Nederland. Van een aantal sectoren zoals de extra intensieve petrochemie, daar hebben we juist veel van. Ook de landbouw met glastuinbouw is intensief en koeien zijn methaanfabrieken. Tel daarbij op ons dichtbevolkte gebied, zonder veel reliëf. Dit bemoeilijkt duurzame opwekking van energie.

Zonder energie is er geen economische activiteit. We moeten daarom toe naar een duurzame energiemix. Elektrisch is duurzaam. Daarom zal alles in de bebouwde omgeving en in het transport toe moeten naar elektrisch. We lopen hier natuurlijk tegen onmogelijkheden aan. Laat maar eens een vliegtuig vliegen op een batterij en hoe moet dat met de hoogovens?

Prikkels

Dicou geeft aan dat op dit moment de prikkels niet goed zijn, de businesscase klopt niet! Op dit moment is de groene economie te veel in handen van de ‘believers’. De CO2-schade wordt berekend met ongeveer €8,- per ton uitstoot. Dit zou omhoog moeten naar €50-€100 per ton om de prikkels de goede kant op te zetten. De investeringen van nu moeten al op de toekomst gericht zijn. Een voorbeeld zijn kantoorpanden met een slecht energielabel die nu nog worden gebouwd. Zijn die over enige tijd nog wel verhuurbaar? Wat we gisteren hebben gebouwd, moeten we vandaag eigenlijk al afschrijven. Hoe abrupter de transitie, hoe sneller investeringen niks meer waard zijn. Daarom moeten we nu aan de slag en hierbij alle beschikbare technieken inzetten. CO2 neutraal worden. De DNB sluit hierbij inzet van kernenergie niet uit. Dicou wijst erop dat deze beslissing niet gratis is. Ook de maatschappelijke keuze van eventuele opslag van CO2 onder de grond is niet gratis. Alleen duurzaam is het eindbeeld, maar dat brengt kosten met zich mee.

Mondiaal is er samenwerking nodig om CO2 te beprijzen. Het alternatief is een transitie die te langzaam gaat. Door de opwarming van de aarde zal dan in de toekomst ineens een versnelde transitie nodig zijn. Dit brengt enorme kosten met zich mee en hiermee zullen economische slachtoffers vallen. Dicou geeft als afsluiting van zijn verhaal een aantal aanbevelingen mee:

  • Er is een langetermijnvisie CO2 nodig;
  • Hoe meer doelen worden gesteld hoe meer compromissen nodig zijn;
  • Werk per sector een pad uit;
  • Ga in gesprek met energie-intensieve sectoren, maar jaag ze niet weg.

Burgerparticipatie

Co geeft het woord aan Siward Zomer, actief binnen ODEcentraal. Zomer schetst de transitie niet alleen als een technisch verhaal, maar als een sociale en maatschappelijke transitie, een sociaal democratische kans om de macht terug te leggen bij de burger. In heel Europa, zo geeft Zomer aan, hebben burgers de handen ineengeslagen om zelf duurzame energie op te wekken. Denemarken is een uitschieter hierin, waar in de jaren ’80 al voor en door burger bijvoorbeeld het warmtenet werd beheerd.

De belangrijkste principes van een coöperatie zijn dat iedereen mag meedoen en dat er een democratische controle is van de leden. In Flevoland zijn 3 coöperaties (Groene Reus, Almere Wind en Pioniers van de Toekomst).

Zomer geeft aan dat het een politieke keuze is hoe de energiemarkt eruit ziet. Door de energiemarkt vrij te laten, wordt er een speelveld gecreëerd. Maar is dit wel een gelijk speelveld? Als individuele initiatiefnemer is het lastig om op te boksen tegen een grote partij als NUON. Door politieke keuzes kan de macht meer bij de burger worden gelegd bijvoorbeeld door keuzes omtrent toewijzen van gronden en prijzen hiervoor.

'Maar Flevoland heeft een unieke positie', aldus Zomer. 'Er zijn al besluiten genomen om het windenergieproces samen met de gemeenschap vorm te geven.' Hij sluit zijn verhaal af met de oproep om goed na te denken over waar de macht wordt gelegd, voor wat betreft de energiemarkt. Hij benadrukt dat het van belang is om goed na te denken over het speelveld dat wordt gecreëerd.

Energietranistiemodel

Tenslotte is John Kerkhoven aan het woord. Hij opent via internet een open source energietransitiemodel. Via het scherm kunnen we allemaal meekijken. https://energytransitionmodel.com/

In zijn verhaal brengt Kerkhoven de energietransitie terug tot de basis. Wanneer we de doelen willen bereiken die we hebben gesteld voor 2050, dan moeten we voor die tijd alle apparaten gaan verbieden die iets verbranden. Als dit niet het gewenste beeld is, dan zijn er veel andere scenario’s te bedenken. In het energietransitiemodel worden de nationale scenario’s vertaald naar de betekenis op kleinere schaal, wijk- of straatniveau. In de verschillende mogelijke scenario’s valt op dat er altijd iets is wat niet bevalt. Zo heeft bijvoorbeeld een warmtepomp alleen zin wanneer je deze gebruikt voor een volledig geïsoleerd huis (met alle kosten van dien). Om te komen tot goede keuzes, moet je echter wel alles meenemen, anders kies je wellicht een oplossing waar je later spijt van krijgt.

Kerkhoven plaatst twee oplossingen naast elkaar: het realiseren van ‘nul op de meter’- woningen, door de enorme kosten die dit met zich meebrengt, zal dit slechts in een beperkt tempo te realiseren zijn. Een alternatief is het plaatsen van een hybride warmtepomp. Hiermee kan 60-80% CO2 worden gereduceerd. Deze oplossing is veel goedkoper. De vraag is welk pad je kiest op korte termijn.

Kerkhoven haalt een project in Groningen aan, waarin door gebruik van het model duidelijk werd dat het extra bijplaatsen van windmolens geen oplossing zou bieden voor het gebied. Hiermee zou een nog groter overschot aan energie ontstaan dan al het geval was. Door het creëren van een industrie die juist gebruik zou kunnen maken van deze overschotten van energie, bijvoorbeeld voor verwerking van suiker in een biochemisch proces, kan wél het verschil worden gemaakt.

Sense of urgency

Na een korte pauze is er ruimte voor een gesprek met de gasten en sprekers. Co start het gesprek met de opmerking dat door Diederik Dicou wel heel duidelijk een sense of urgency wordt geschetst en eigenlijk uit een onverwachte hoek.

Dicou reageert hierop door aan te geven dat DNB geen belanghebbende is, geen stakeholder, maar DNB ziet wél dat er behoefte is aan een bron die het belang van de enrgietransitie benadrukt. DNB spreekt dit niet alleen uit, maar geeft hier ook in haar beleid uiting aan. Zij stellen bijvoorbeeld de vraag of er wel een lening moet worden verstrekt aan een niet-duurzaam bedrijf. Bokhoven geeft aan dat de transitie een economisch belang met zich meebrengt en dat daarmee het signaal van DNB ook van belang is.

Energiebestemmingsplan

Co gaat vervolgens in op het begrip dat Bokhoven noemde in zijn presentatie, het ‘energiebestemmingsplan’. Wat moeten we ons hier precies bij voorstellen?

Bokhoven legt uit dat het tempo waarmee op dit moment projecten worden gerealiseerd veel te laag is. Dit komt mede doordat het onduidelijk is waar het allemaal moet gebeuren. In een energiebestemmingsplan kan een regio zich uitspreken over wat in de regio kan worden gedaan aan de energietransitie, welke initiatieven passen in de ruimtelijke inrichting en geven inzicht in de kosten en baten. In zo’n plan moet duidelijk worden welke keus je maakt, en hiermee breng je dan de discussie naar een ander niveau. Een energiebestemmingsplan zoals Bokhoven het bedoelt, is dan ook meer dan alleen een ruimtelijke verhaal.

Mentale transitie

Kerkhoven vult hierop aan dat tevens een mentale transitie nodig is. Ook Zomer stemt hiermee in en geeft aan dat je in feite bij mensen achter hun voordeur moet komen. Dit kan wat hem betreft alleen als je de discussie over de noodzaak van de transitie niet meer hoeft te voeren. Hier ligt toch een rol voor de centrale overheid.

Dicou geeft desgevraagd aan dat de energietransitie een duidelijke link heeft met de economische structuur. Dat de energietransitie tot op heden nog te veel een zaak van de ‘believers’ is, komt omdat de businesscase niet klopt! Door de economische dynamiek te benutten, kunnen de randvoorwaarden zo worden gesteld dat de prikkels juist zijn.

Bokhoven geeft aan dat bijvoorbeeld bij Shell te zien is dat de aandeelhouders mede de koers bepalen. Shell gaat participeren in windparken.

Op een vraag uit het publiek of we de goede positie van Flevoland kunnen inzetten om bijvoorbeeld meer banen te creëren, reageert eerst Kerkhoven: 'Flevoland is niet uniek in haar ambitie. Wil je hard lopen om voorop te komen? Dat is een keus. Flevoland zou in dat geval kunnen kiezen voor de mentale transitie, hier zou de provincie eerste in kunnen zijn.'

Dicou stelt helder dat in het Energieakkooord ook een banendoelstelling is opgenomen. Dit leidt echter af van wat je doet. Daar gaat het niet om. De energietransitie levert per saldo banen op. Maar door het te formuleren als doelstelling werkt dit vertroebelend. Ja, we moeten de transitie integraal benaderen, maar dat is iets anders dan er ‘banen uit slepen’. De sprekers zijn het er over eens dat andere zaken als robotisering en digitalisering een grotere invloed hebben op de arbeidsmarkt.

Belangrijkste zaken om mee te nemen: 

  • Er is een transitie nodig.
  • Energietransitie levert economische activiteit op.
  • Bepaal je ambitie.
  • Transitie paden uitstippelen voor verschillende sectoren.
  • Zorg dat er een Businesscase is.
  • Denk na over het speelveld (burgers versus energiebedrijven). 
  • Warmte- en energiebestemmingsplannen inzetten als instrument?
  • Koploperpositie voor Flevoland voor mentale transitie?

Presentaties

Achtergrondinformatie

  • Foto sessie 1
  • Foto sessie 3
  • Foto sessie2

Reageren zonder in te loggen? Schrijf je reactie, vul je naam en e-mailadres in en vink ‘Ik reageer liever als gast’ aan.